Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.4.2
4.4.2 Subjectieve bestanddelen in fiscale fraudedelicten
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270058:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Let op, de bepalingen zijn opgenomen overeenkomstig de uitkomst van vorige paragraaf. Dat wil zeggen art. 67f AWR ontbreekt. Voorts zijn de bepalingen van art. 225 WvSr en de bepalingen rond art. 420 bis WvSr niet opgenomen, vanwege het commuun strafrechtelijke karakter.
De Hoge Raad heeft terzake van het opzetbegrip uit art. 67d AWR bevestigd dat aan dit begrip dezelfde betekenis toekomt als dat begrip overigens in het fiscale boeterecht heeft, dus ook voorwaardelijk opzet omvat. Dienaangaande was discussie ontstaan, doordat in de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 1996/1997, 24 800, nr. 5, p.5.) werd gesproken over fraude en zwendel als nadere invulling van de verwijtbaarheid die benodigd zou zijn.
Dit zijn de fiscaal bestuurs- en strafrechtelijke bepalingen waar subjectieve bestanddelen in zijn terug te vinden en die op grond van paragraaf 4.3. als fiscale fraude kwalificeren:1
Art. 67cc lid 1 AWR: Indien het aan opzet van de belastingplichtige is te wijten dat in een verzoek om het vaststellen van een voorlopige aanslag of in een verzoek om herziening als bedoeld in art. 9.5 van de Wet inkomstenbelasting en art. 27 van de Wet Vpb onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, vormt dit een vergrijp (…).
Art. 67d lid 1 AWR: Indien het aan opzet van de belastingplichtige is te wijten dat met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven, de aangifte niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan, vormt dit een vergrijp (...).2
Art. 67e lid 1 AWR: Indien het met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven, vormt dit een vergrijp (…).
Art. 69 lid 1 AWR: Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet, niet binnen de daarvoor gestelde termijn doet, dan wel een der feiten begaat, omschreven in art. 68, eerste lid, onderdelen a, b, d, e, f of g, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met (…).
Art. 69 lid 2 AWR: Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doet, dan wel het feit begaat, omschreven in art. 68, eerste lid, onderdeel c, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met (…).
De formulering van de fiscaal bestuurs- en strafrechtelijke bepalingen waar geen subjectieve bestanddelen in zijn terug te vinden, zijn hieronder weergegeven:
Art. 67a lid 1 AWR: Indien de belastingplichtige de aangifte voor een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven niet, dan wel niet binnen de ingevolge art. 9, derde lid, gestelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim (…).
Art. 67b lid 1 AWR: Indien de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de in art. 10 bedoelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim (…).
Art. 67ca lid 1 AWR: Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens: a. art. 6, derde lid, 43, 44, 47b, 49, tweede lid, en 50, eerste lid begaat een verzuim (…).
Art. 68 lid 1 AWR: Degene die ingevolge de belastingwet verplicht is tot: a. het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en deze niet, onjuist of onvolledig verstrekt; b. het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze niet voor dit doel beschikbaar stelt; c. het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stelt; d. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voert; e. het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze niet bewaart; f. het verlenen van medewerking als bedoeld in art. 52, zesde lid, en deze niet verleent; g. het uitreiken van een factuur of nota, en een onjuiste of onvolledige factuur of nota verstrekt wordt gestraft met (…).