Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/8.2.1:8.2.1 De regeling in de Bankruptcy Code
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/8.2.1
8.2.1 De regeling in de Bankruptcy Code
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406878:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
1987 U.S.C.C.A. 5787, p. 6542. Zie tevens Nozemack 1999, p. 693.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van § 510 (c) van de Bankruptcy Code (BC) heeft een bankruptcy court de bevoegdheidomop grond van beginselen van billijkheid (equity) vorderingen geheel of ten dele achter te stellen bij alle of specifieke andere vorderingen in faillissement. Daarnaast kan een bankruptcy court bepalen dat aan de vordering verbonden zekerheidsrechten overgaan op de boedel. De relevante tekst van de bepaling luidt als volgt:
§ 510. Subordination
[…]
(c) Notwithstanding subsections (a) and (b) of this section, after notice and a hearing, the court may—
(1) under principles of equitable subordination, subordinate for purposes of distribution all or part of an allowed claim to all or part of another allowed claim or all or part of an allowed interest to all or part of another allowed interest; or
(2) order that any lien securing such a subordinated claim be transferred to the estate.
Het leerstuk van equitable subordination beoogt te voorkomen dat een crediteur die frauduleuze of anderszins inequitable handelingen heeft verricht, in faillissement op gelijke voet met – of zelfs met voorrang boven – de overige crediteuren mag delen in de opbrengst van de boedel. Zoals het een common law jurisdictie betaamt, is het achterstellingsleerstuk in de VS oorspronkelijk ontwikkeld in de rechtspraak. Al geruime tijd voor de codificatie van § 510 (c) BC in 1978, achtten faillissementsrechtbanken zich bevoegd over te gaan tot de achterstelling van bepaalde vorderingen op grond van beginselen van ‘billijkheid’ (equity). In de aanloop naar de wettelijke introductie van de bevoegdheid heeft het Amerikaanse Congres aangegeven dat het bewust koos voor een algemene bepaling zonder specifiek geformuleerde criteria voor achterstelling, om zo de ontwikkeling van het leerstuk over te laten aan doctrine en rechtpraak.1 De jurisprudentie van vóór de codificatie speelt dus nog altijd een belangrijke rol en zal daarom hierna kort worden uiteengezet.