Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.3.1:V.3.3.1. Soorten beschikkingen: Erbeinsetzungen, Vermächtnissen en Auflagen
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.3.1
V.3.3.1. Soorten beschikkingen: Erbeinsetzungen, Vermächtnissen en Auflagen
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS579114:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een Erbvertrag kunnen door de partijen alle beschikkingen opgenomen worden die passen in het Duitse gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen en die derhalve ook in een Testament zouden kunnen worden opgenomen. Ik doel hier dan op eenzijdige beschikkingen, waaraan, als gevolg van de eenzijdigheid, degene die ze getroffen heeft niet gebonden is. Herroeping is in beginsel mogelijk (§ 2289 Abs. 1 BGB, § 2299 BGB en § 2253 BGB). De regeling van art. 1:146 BW (oud) kende op zich ook de mogelijkheid om eenzijdige (niet bindende) beschikkingen door middel van een overeenkomst in te zetten, in die zin dat deze beschikkingen herroepelijk gemaakt konden worden. Art. 1:146 lid 5 BW (oud) bepaalde immers dat de contractuele erfstellingen en legaten onder voorwaarde kunnen worden gemaakt, óók die afhankelijk zijn van de wil van erflater. Uitgangspunt was evenwel, zo neem ik aan, bij gebruik van de figuur in de praktijk, enige binding te bewerkstelligen.
De eenzijdige beschikkingen in een Erbvertrag kunnen eenzijdig herroepen worden (§ 2299 BGB). Van een Erbvertrag is evenwel pas sprake indien er ten minste één ‘vertragmässige’ beschikking is opgenomen, derhalve een beschikking waaraan de erflater gebonden is. Ontbreekt deze dan is sprake van een Testament. Dat een beschikking is opgenomen in een document waarin meer partijen optreden, zegt derhalve in beginsel niets over de beantwoording van de vraag of sprake is van erfrechtelijke binding.
De beschikkingen die ‘met binding’ kunnen worden opgenomen, zijn in soort beperkt. Ook hier geldt derhalve een gesloten stelsel op Erbvertrag-niveau. De beschikkingen die met binding kunnen worden gemaakt, zijn opgenomen in § 2278 Abs. 2 BGB. Zie ook § 1941Abs. 1 BGB.Toegelaten als ‘vertragmässige Verfügungen’ zijn ‘Erbeinsetzungen’ (erfstellingen), Vermächtnissen (legaten) en Auflagen (lasten). In par. 2.2.4 van dit hoofdstuk kwamen de beperkte mogelijkheden met de contractuele erfstellingen en legaten van ons oude erfrecht aan de orde. Ook in Duitsland gelden derhalve beperkingen. Een onterving (§ 1938 BGB) is, net als bij ons, ook in Duitsland niet mogelijk. Anders dan met de contractuele erfstellingen en legaten is het wel mogelijk iemand, door de benoeming van een ander, als het ware indirect te onterven. Dit omdat het Erbvertrag zich niet beperkt tot beschikkingen ten behoeve van echtgenoten. Waarom de mogelijkheden beperkt zijn tot erfstellingen, legaten en lasten blijkt niet uit de mij bekende Duitse literatuur. Wel kan men een motief hiervoor vinden in het feit dat dit de beschikkingen bij uitstek zijn die bevoordelend kunnen werken. De vrijheid van de testateur om de beschikkingen te kunnen herroepen staat bij de niet genoemde beschikkingen blijkbaar hoger in het vaandel dan het belang van degene ten behoeve van wie de erfrechtelijke binding zou kunnen strekken.1 Zo kan bijvoorbeeld een ‘Testamentsvollstrecker’ niet met binding worden benoemd. Wel kan bijvoorbeeld een dergelijke benoeming, in eerste instantie bedoeld met binding, gelden als eenzijdige uiterste wilsbeschikking.2 Door een koppeling (het noemen van beweegredenen) met beschikkingen die wel bindend kunnen worden gemaakt, kunnen en worden deze eenzijdige beschikkingen in de Duitse praktijk kracht bijgezet en indirect bindend.3