Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/3.2.6
3.2.6 Ontstaansmoment rechten uit pandgebruik
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264386:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie §3.2.2.
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1414 (ad D. 13,7,39).
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1885-1886 (ad D. 20,1,1,3); Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 20,1,1,3; Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 4.1.15; Cerutti/Van den Bergh 1972, p. 351.
Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 4.1.9-4.1.29. Het woord ingrediendo doet vermoeden dat Negusantius de toepassing van dit beding enkel voor zich zag op onroerende zaken.
Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 4.1.9-4.1.10.
Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 5.5.1; Cerutti/Van den Bergh 1972, p. 351.
Het recht van pandgebruik trad in werking zodra de pandhouder een zaak met gebruikswaarde onder zich kreeg. Het vloeide immers voort uit het ‘bezit’.1 Dit recht kon allereerst ontstaan bij vestiging. Vestigden partijen een vuistpandrecht, dan kwam daarmee ook een recht van pandgebruik tot stand. Voorts kon het recht van pandgebruik op een later moment ontstaan. In eerste instantie was dan sprake van een vuistloos pandrecht, maar op grond van een latere afspraak tussen pandgever en pandhouder ging het bezit van het onderpand toch over op de pandhouder, zodat een recht van pandgebruik ontstond.2 Daarnaast konden partijen het recht van pandgebruik in werking laten treden bij verzuim van de schuldenaar. Dit deden zij door bij vestiging een beding in de pandovereenkomst op te nemen dat de schuldeiser het recht gaf bij verzuim van de schuldenaar het onderpand onder zich te nemen.3 Negusantius duidde dit beding aan als het pactum de ingrediendo et occupando:4 het beding van binnentreden en in bezit nemen. De pandhouder verkreeg door uitoefening van dit beding het bezit van het onderpand.5 Doordat de pandhouder het bezit van het onderpand verkreeg, kreeg hij ook de bevoegdheid om het recht van pandgebruik uit te oefenen.6