Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.2.3
5.2.3 EGTS
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396054:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit omdat het oude communautaire initiatief INTERREG in deze doelstelling is opgegaan.
Zie artikel 18 van de Verordening nr. 1080/2006.
Zie artikel 1, derde lid, van de Verordening nr. 1082/2006.
Zie artikel 3 van de Verordening nr. 1082/2006.
Zie artikel 12 van de Verordening nr. 1082/2006.
Zie artikelen 2, 11, tweede lid, 12, eerste lid, van de Verordening nr. 1082/2006.
De leden van een EGTS dienen ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 1082/ 2006 een overeenkomst te sluiten.
Voor het operationele programma dat door de vier Duits-Nederlandse Euregio's wordt uitgevoerd, geldt dat het recht van de Duitse deelstaat Nord-Rhein Westfalen van toepassing is. Op het operationele programma van de euregio Maas-Rijn (Nederland, België en Duitsland) is het Nederlandse recht van toepassing.
Uit interviews blijkt dat in het kader van de Duits-Nederlandse Euregio's de deelstaat NordRhein Westfalen in een aantal gevallen strengere regels hanteert dan Europees is vereist.
Afzonderlijke bespreking behoeven de Europese Groeperingen voor Territoriale Samenwerking (EGTS), nu de oprichting daarvan door de lidstaten vrijwillig is. Met ingang van de programmaperiode 2007-2013 bestaat op grond van de Verordening nr. 1082/2006 de mogelijkheid om EGTS op te richten in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (ook wel INTERREG pi genoemd)1 die wordt gefinancierd uit het EFRO. Deze EGTS fungeren als beheersautoriteiten en technisch secretariaat met betrekking tot projecten van twee of meer lidstaten.2 Bij de voorloper van deze doelstelling, het communautair initiatief INTERREG m, bleek een terugkerend probleem dat de lidstaten, de regio's en de plaatselijke overheden aanzienlijke moeilijkheden ondervonden om de grensoverschrijdende samenwerking tot stand te brengen.
Het is de vraag in hoeverre een EGTS is te kwalificeren als een Europees dan wel nationaal uitvoeringsorgaan. De oprichting van een EGTS is mogelijk krachtens Europees recht. Verder bezit een EGTS krachtens Europees recht rechtspersoonlijkheid.3 Dit duidt erop dat sprake is van een Eu-orgaan. Daar tegenover staat dat een EGTS uit overheden en publiekrechtelijke instellingen van verschillende lidstaten bestaat,4 haar statutaire zetel in één van de lidstaten heeft en de bij de EGTS betrokken lidstaten in beginsel naar rato van hun bijdrage aansprakelijk zijn.5 Daarbij komt dat in de Verordening nr. 1083/ 2006 in veel gevallen het nationale recht van de lidstaat van toepassing wordt verklaard waar de EGTS haar statutaire zetel heeft.6 Het voorgaande pleit ervoor om een EGTS als nationaal uitvoeringsorgaan aan te merken van de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft. Hieromtrent bestaat echter nog geen (Europese) jurisprudentie.
De vraag is of de rechtsfiguur EGTS in staat is om aan alle problemen die zijn opgetreden in het kader van de uitvoering van het communautaire initiatief INTERREG m het hoofd te bieden. Het grote voordeel is dat er één samenstel van regels geldt, namelijk de Europese regels en het nationale recht van de lidstaat waar de EGTS haar statutaire zetel heeft. Feit blijft dat de nationale overheden, regionale overheden, lokale overheden en publiekrechtelijke entiteiten uit de verschillende lidstaten tot overeenstemming moeten komen, alvorens een EGTS wordt aangegaan.7 Daarbij komt dat de EGTS alleen wordt opgericht voor taken die normaliter aan de beheersautoriteit toekomen. Voor het Comité van Toezicht, de certificerings- en auditautoriteit gelden de normale regels.
Voor de operationele programma's waarbij Nederland is betrokken, is vooralsnog geen EGTS opgericht. Uit interviews is gebleken dat de beheersautoriteiten van mening zijn dat dit voor de uitvoering van de operationele programma's niet noodzakelijk blijkt. In de praktijk wordt ook zonder EGTS het nationale recht van één deelnemende regio of lidstaat toegepast.8 Dit roept echter nog altijd vragen op bij eindontvangers van de Europese subsidie van de andere deelnemende regio's, zeker als de toepasselijke regels strenger zijn dan vanuit Europa wordt vereist.9