Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/1.1
1.1 Algemeen
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS610824:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
In de fiscale wetgeving wordt de term belastingplichtige gebruikt voor de heffingskant, terwijl de term belastingschuldige bij invordering wordt gebezigd. In dit onderzoek wordt het neutrale begrip belastingplichtige aangehouden. De in verrekening te brengen schuld van de belastingplichtige betreft ook niet altijd een belastingschuld.
Dit laatste speelt bij verrekening 'binnen' een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting: zie art. 24 lid 1, vierde en vijfde volzin, Iw 1990. Deze bepaling komt verderop in dit onderzoek nog uitgebreid aan de orde.
Zie § 1.2, geval 2.
Zie § 1.4.
Zie de § 2.4.7, slot en 4.9.3, slot. Het manuscript van deze dissertatie is afgesloten per 1 december 2010. Met de hier besproken wijziging van art. 24 lid 1 Iw 1990 per 1 januari 2011 is in de tekst wel rekening gehouden.
In dit onderzoek staat centraal de verrekening door de fiscus van één of meer schilden van de fiscus aan een belastingplichtige1 met vorderingen van de fiscus op deze belastingplichtige dan wel, onder omstandigheden, op één of meer aan de belastingplichtige gelieerde partijen.2 Sinds 1 juni 1990 zijn hiervoor specifieke regels opgenomen in artikel 24 Iw 1990. Vóór de invoering van de Iw 1990 bestond geen specifieke regeling voor verrekening door de fiscus.
De verrekeningsregels van artikel 24 Iw 1990 blijken met grote regelmaat aan verandering onderhevig te zijn. Zo heeft de wetgever - in reactie op het arrest Ontvanger/Van Kampen I3 - per 1 januari 2008, ten gunste van de fiscus, een verruimd criterium ingevoerd voor vorderingen op de fiscus die onder het verrekeningsregime van genoemd artikel vallen. Per 1 juli 2009 heeft wederom een aanpassing van artikel 24 Iw 1990 plaatsgevonden vanwege de invoering van de vierde tranche Awb. Deze vierde tranche geeft onder meer een generieke regeling voor bestuursrechtelijke geldschulden en geeft tevens een regeling voor verrekening daarvan.4 Per 1 januari 2011 is nog een tweede volzin aan artikel 24 lid 1 Iw 1990 toegevoegd, om buiten twijfel te stellen dat de fiscus ook mag verrekenen indien (derden)beslag is gelegd op een belastingteruggaaf.5 Artikel 24 Iw 1990 is derhalve geen rustig bezit.
Voordat nader wordt ingegaan op de achtergronden van dit onderzoek, de te behandelen onderzoeksvragen en het plan van behandeling, wordt in de volgende paragraaf, ter illustratie van de aan de orde zijnde problematiek, een tweetal 'fiscale' verrekeningsgevallen beschreven.