Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/9.2:9.2 Regeringsontwerp
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/9.2
9.2 Regeringsontwerp
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488418:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Meijers kwam een art. als 5:69 niet voor. In het Regeringsontwerpluidde art. 5.5.8a:
‘Het in de artikelen 5, 7 en 8 bepaalde, vindt geen toepassing voor zover een door de deelgenoten of de boedelrechter vastgestelde regeling anders bepaalt.’
In het Regeringsontwerphandelde art. 5 lid 1 over verdeling van kosten van onderhoud, reiniging en vernieuwing van mandelige zaken. In lid 2 ging over het ruimen, beurtelings, van regenbakken en putten en dergelijke.1
Art. 7 handelde over de bevoegdheid van iedere mede-eigenaar om tegen een mandelige scheidsmuur aan te bouwen. Art. 8 ten slotte handelde over het gootrecht.
Ten aanzien van deze bepalingen werd in art. 8a nadrukkelijk bepaald dat bij regeling ex art. 3:168 hiervan zou kunnen worden afgeweken.
‘Bij gebreke van deze toevoeging zou wellicht kunnen worden betwijfeld, of rechtsopvolgers van degenen die de regeling hebben getroffen, daaraan gebonden zijn voor zover zij afwijkt van de bovengenoemde wettelijke bepalingen.’2