Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/5.1
5.1 Inleiding
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258994:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 25 april 1996, Stb. 1996, 248; Kamerstukken II 1994/95, 23909. Wijziging van de sociale zekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug– en invordering sociale zekerheid). Het duaal sanctiesysteem van de Wet Boeten werd ook voor andere socialezekerheidswetten ingevoerd dan de WW. Het gaat daarbij om de Ziektewet (ZW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), de Toeslagenwet (Tw), de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomens– voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene bijstandswet (Abw – thans de Participatiewet).
Met de invoering van de Wet Boeten1 is per 1 augustus 1996 een duaal sanctiesysteem ingevoerd van de maatregel (hoofdstuk 4) en de bestuurlijke boete op grond van artikel 27a WW. De Wet Boeten introduceerde dit nieuwe sanctiemiddel in alle materiële socialezekerheidswetten voor het niet nakomen van de informatieverplichting in de WW. Na de invoering van de Wet Boeten (paragraaf 4.3, 4.4 en 5.2) was het uitvoeringsorgaan verplicht om een boete op te leggen bij schending van de informatieplicht in artikel 25 WW. Tot dan toe bestonden er alleen maatregelen in de sociale zekerheid. In dit hoofdstuk analyseer ik het instrument van de boete in de WW nader door de redenen voor invoering na te gaan (paragraaf 5.2), gevolgd door de wijzigingen in het instrument na de invoering van de Fraudewet in 2013 (paragraaf 5.6 – 5.7), de reacties op de gevolgen van de Fraudewet (paragraaf 5.8) en de daaropvolgende wijziging van de regeling van de bestuurlijke boete in de socialezekerheidswetten in 2017 (paragraaf 5.9). Tot slot ga ik in op het effect dat het instrument had op de rechtspositie van de (verschillende groepen) WW’ers (paragraaf 5.10.1).