NJB 2023/2831
Opzettelijk en ‘wederrechtelijk’ identificerende persoonsgegevens van een ander gebruiken om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, art. 231b Sr: in casu kan het in het kader van oplichting via WhatsApp door de verdachte gebruiken van bankrekeninggegevens van een ander, om van misdrijf afkomstige geldbedragen te laten storten op de bankrekening van die ander met verheling van de identiteit van de verdachte, worden aangemerkt als ‘wederrechtelijk’ gebruikmaken van persoonsgegevens in de zin van die bepaling.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1608
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
21/04084
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1608, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:864, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑07‑2022
- Wetingang
(art. 231b Sr)
Essentie
Opzettelijk en ‘wederrechtelijk’ identificerende persoonsgegevens van een ander gebruiken om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, art. 231b Sr: in casu kan het in het kader van oplichting via WhatsApp door de verdachte gebruiken van bankrekeninggegevens van een ander, om van misdrijf afkomstige geldbedragen te laten storten op de bankrekening van die ander met verheling van de identiteit van de verdachte, worden aangemerkt als ‘wederrechtelijk’ gebruikmaken van persoonsgegevens in de zin van die bepaling.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘tezamen en in vereniging met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.