Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.3.3.2.1
8.3.3.2.1 Ratio
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291626:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 6 maart 2008, zaak C-98/07, BNB 2008/219, m.nt. Swinkels, r.o. 22 (Nordania Finans) en HvJ EG 29 oktober 2009, zaak C-174/08, V-N 2009/56.14, r.o. 30 (NCC Construction Danmark).
HvJ EG 11 juli 1996, zaak C-306/94, BNB 1997/38, m.nt. Van Hilten, r.o. 21 (Régie dauphinoise), HvJ EG 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285, m.nt. Van Hilten (EDM) en HvJ EG 6 maart 2008, zaak C-98/07, BNB 2008/219, m.nt. Swinkels, r.o. 23 (Nordania Finans).
HvJ EG 11 juli 1996, zaak C-306/94, BNB 1997/38, m.nt. Van Hilten, r.o. 21 (Régie dauphinoise).
HvJ EG 6 maart 2008, zaak C-98/07, BNB 2008/219, m.nt. Swinkels, r.o. 24 (Nordania Finans).
HvJ EG 6 maart 2008, zaak C-98/07, BNB 2008/219, m.nt. Swinkels, r.o. 24 (Nordania Finans).
Het Hof van Justitie heeft de ratio van (thans) art. 174 lid 2 Btw-richtlijn gebaseerd op de toelichting van de Europese Commissie op art. 19 lid 2 Voorstel voor een zesde richtlijn (zie paragraaf 8.3.3.2.1).1 Hieruit volgt, zoals het Hof terecht heeft geoordeeld, dat de ratio voor het buiten beschouwing laten van de omzet met betrekking tot de levering van investeringsgoederen die door de belastingplichtige in het kader van zijn onderneming worden gebruikt en de omzet met betrekking tot bijkomstige handelingen ter zake van onroerend goed is gelegen in het beginsel van de fiscale neutraliteit.2 De berekening van de btw-aftrek zou worden vervalst indien alle opbrengsten van de levering van investeringsgoederen en alle handelingen ter zake van onroerend goed die verband houden met de economische activiteit van de belastingplichtige in de noemer van de pro ratabreuk moet worden opgenomen, zelfs indien de verkrijging van die opbrengsten generlei gebruik van goederen of diensten waarop btw drukt of slechts een zeer beperkt gebruik daarvan impliceert.3 Het voor de pro rataberekening buiten beschouwing laten van de omzet met betrekking tot de levering van investeringsgoederen die door de belastingplichtige in het kader van zijn onderneming worden gebruikt en de omzet met betrekking tot bijkomstige handelingen ter zake van onroerende goederen beoogt te voorkomen dat het gebruik van de afgenomen goederen en diensten waarop btw drukt voor belaste en vrijgestelde handelingen niet evenredig is aan de daarmee behaalde omzet.4 Zou deze omzet wel meetellen voor de pro rataberekening, dan zou dit leiden tot een vertekening van het pro rata in die zin dat dit pro rata niet meer het respectieve aandeel weergeeft waarin de gemengd gebruikte goederen en diensten voor belaste en vrijgestelde handelingen worden gebruikt.5