Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.1:4.1 Inleiding
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS502387:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hieromtrent Di Bella 2014, p. 35-43. Een voorstel hieromtrent is overigens recentelijk wel gedaan door Kortmann 2018, p. 189, waarover paragraaf 8.5.
Vgl. artikel 6:1 BW.
De inbreuk op een recht als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW wordt in dit boek niet behandeld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 3 is ingegaan op de bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter ter zake van vorderingen tot schadevergoeding die zijn gebaseerd op het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie. In de volgende hoofdstukken worden de materiële vereisten voor de toewijzing van een schadevergoedingsvordering besproken. In dit hoofdstuk staat de vraag centraal wanneer de overheid een onrechtmatige daad pleegt door onjuiste of onvolledige informatie te verstrekken. Hiervoor is allereerst vereist dat het verstrekken van informatie aan de burger als handelen van de overheidsrechtspersoon zelf heeft te gelden. Hieraan wordt in paragraaf 4.2 aandacht besteed. Vervolgens wordt uiteengezet in welke gevallen het verstrekken van onjuiste informatie heeft te gelden als een aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis. In dit verband staat voorop dat het Nederlandse recht geen algemene wettelijke grondslag kent voor het verhaal van schade als gevolg van informatieverstrekking of omtrent schadevergoeding uit onrechtmatige overheidsdaad in het algemeen.1 Dit betekent dat de wettelijke grondslag van de aansprakelijkheid van de overheid voor onjuiste informatieverstrekking moet worden gevonden in ofwel een bijzondere wettelijke schadevergoedingsbepaling ofwel de algemene privaatrechtelijke regeling van artikel 6:162 BW.2 In paragraaf 4.3 worden de wettelijke bepalingen besproken waaruit een verplichting tot vergoeding van schade wegens onjuiste informatieverstrekking voortvloeit, te weten artikel 117 Kadasterwet en artikel 13 en 17 Wkpb. Uit deze beperkte opsomming blijkt reeds dat het aantal bijzondere wetten dat recht geeft op vergoeding van schade als gevolg van onjuiste informatieverstrekking zeer beperkt is.
Het zwaartepunt van dit hoofdstuk is gelegen in paragraaf 4.4, waarin de aansprakelijkheid van de overheid op grond van artikel 6:162 BW aan bod komt. In artikel 6:162 lid 2 BW wordt een onderscheid gemaakt tussen de onrechtmatigheidscategorieën van het doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht respectievelijk met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.3 De eerste categorie wordt in paragraaf 4.5 aan de orde gesteld, waarin onder meer artikel 3:20 Awb, artikel 12 Dienstenwet en artikel 5:58 Wft (oud) worden besproken. Een tussencategorie wordt gevormd door de aansprakelijkheid voor onrechtmatige besluiten, die in paragraaf 4.6 nader wordt besproken (zie ook paragraaf 3.4.5.1). De categorie van de schending van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm is in de praktijk het belangrijkst. Of een dergelijke norm is overtreden, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en is daarom ook het meest onvoorspelbaar. Om die reden wordt deze categorie uitgebreid behandeld in paragraaf 4.7, waarbij gezichtspunten worden aangewezen die dienstig kunnen zijn bij de beoordeling van vorderingen uit onrechtmatige informatieverstrekking. Dergelijke vorderingen zijn er veelal op gegrond dat de overheid aansprakelijk is voor de schade die de burger heeft geleden doordat hij zijn gedrag heeft afgestemd op de informatie die hem van overheidswege is verstrekt. Mede daarom geldt dat het enkele feit dát de overheid ondeugdelijke informatie heeft verstrekt, veelal onvoldoende is om aansprakelijkheid voor die informatieverstrekking te scheppen, omdat dit feit op zichzelf niet meebrengt dat deze informatieverstrekking als onrechtmatig jegens de burger moet worden aangemerkt. Voor het oordeel dat door de informatieverstrekking een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm is geschonden, zijn bijkomende omstandigheden vereist, die in paragraaf 4.7.8 e.v. in categorieën worden ingedeeld en worden besproken.