De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/VIII:VIII Bijlage 5: voor- en nadelen van het participatiebewijs en aanbevelingen
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/VIII
VIII Bijlage 5: voor- en nadelen van het participatiebewijs en aanbevelingen
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS390077:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordelen
(vanuit het gezichtspunt van de vennootschap)
Nadelen
Het participatiebewijs is een zeer flexibel instrument, vanwege de statutaire basis en de contractuele grondslag. De contractuele grondslag is uitgewerkt in de participatievoorwaarden, waarvoor de contractsvrijheid binnen de grenzen van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid geldt. Voor de BV kan deze flexibiliteit een voordeel zijn. Zo kan in de participatievoorwaarden worden bepaald dat (slechts) een voorwaardelijk recht op een deel van de winst bestaat. Ook kan de overdraagbaarheid van het participatiebewijs worden beperkt of uitgesloten.
De flexibiliteit van het participatiebewijs (vanuit het gezichtpunt van de houder van het participatiebewijs). De rechten van de houder van het participatiebewijs kunnen aanzienlijk worden beperkt.
In de regel komt de houder van een participatiebewijs geen stem-, vergader-, informatierecht of recht van enquête toe.
De houder van een participatiebewijs behoort tot de kring van betrokkenen in de zin van art. 2:8 BW en kan aldus een vordering tot vernietiging ex art. 2:15 lid 1 onder b BW instellen (vanuit het gezichtpunt van de vennootschap).
De houder van een participatiebewijs komt geen stem-, vergader-, informatierecht of recht van enquête toe (vanuit het gezichtpunt van de houder van het participatiebewijs).
De waarde van een participatiebewijs zal in de regel niet gelijk opgaan met de waarde van een (stemrechtloos) aandeel in de BV.
Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meer in het bijzonder de inrichting van de participatievoorwaarden, wat de exacte voor- en nadelen (zullen) zijn.
Aanbevelingen voor de praktijk
Paragraaf
1.
Participatiebewijzen kunnen voor werknemersparticipaties worden gebruikt1 , zeker in geval reeds certificaten met vergaderrecht of stemrechtloze aandelen bestaan en niet gewenst is dat aan werknemers vergaderrecht toekomt. Met de invoering van het stemrechtloze aandeel behoort de weergegeven discussie met betrekking tot de toelaatbaarheid van participatiebewijzen, die materieel kunnen worden ingericht als een stemrechtloos aandeel, tot het verleden.2
2.
Ter vermijding van discussie is het naar mijn mening aan te bevelen de rechten van houders van participatiebewijzen statutair te verankeren.
6.5.3.2
3.
Vanuit het oogpunt van de vennootschap verdient het aanbeveling de bevoegdheid tot intrekking in de participatievoorwaarden voor te behouden.
6.5.3.8