Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.9.3:6.9.3 Uitoefening van andermans vordering
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.9.3
6.9.3 Uitoefening van andermans vordering
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585931:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór nr. 338.
Vgl. bijvoorbeeld voor pandrecht (art. 3:229 BW): Losbladige Vermogensrecht 2009 (P.A. Stein), art. 3:246, aant. 23.5; Verdaas 2008a, nr. 362. Stein en Verdaas spreken beiden van een 'beroep doen op het boetebeding'; ik begrijp dat zó bij vervangende schadevergoeding dat de schuldeiser van de vordering (pandgever) zijn bevoegdheid ex art. 6:87 BW uitoefent.
Zie hiervóór nr. 335.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
402. Het is de vraag of de stille cedent die inningsbevoegd ten aanzien van de hoofdvordering ook van rechtswege inningsbevoegd wordt ten aanzien van een boetevordering.
Ten aanzien van de andere rechtsfiguren waarbij een derde andermans vordering int, geldt het volgende. Ontstaat een vervangende schadevergoedingsvordering op grond van een boetebeding, dan wordt de inningsbevoegde derde ten aanzien van deze vordering op dezelfde wijze inningsbevoegd, als wanneer de vervangende schadevergoedingsvordering zou zijn ontstaan op grond van de wet. In de regel is de derde die bevoegd was om de hoofdvordering te innen krachtens een bepaling van zaaksvervanging ook bevoegd om deze vervangende schadevergoedingsvordering te innen.1 De bevoegdheid tot omzetting komt toe aan de beheersbevoegde derde indien de uitoefening daarvan dienstig kan zijn aan een goed beheer van de hoofdvordering. Bij pand komt deze bevoegdheid aan de pandgever toe.2 Bij derdenbeslag kan de beslaglegger in rechte de vervangende schadevergoeding vorderen, komt daarop derdenbeslag te rusten en kan hij deze vordering innen op grond van art. 477a lid 4 Rv. Gaat het om aanvullende schadevergoeding, dan zijn de inningsbevoegde beperkt gerechtigde, de bewindvoerder en de beslaglegger ten aanzien van deze vordering niet inningsbevoegd, tenzij zij ten aanzien van deze vordering afzonderlijk bevoegd zijn geworden (zie hiervoor).
403. Ontstaat op grond van het boetebeding een vervangende schadevergoedingsvordering of een aanvullende schadevergoedingsvordering, dan dient in beide gevallen uit de lastgeving te volgen of de stille cedent bevoegd is tot inning van de vordering. Bij de regeling van de stille cessie en de regeling van lastgeving ontbreekt een substitutiebepaling. Als partijen hierover niets zijn overeengekomen, dient de stille cedent bevoegd te worden gehouden om deze schadevergoedingsvorderingen innen. Bijzondere persoonlijke omstandigheden van de stille cessionaris die ervoor zorgen dat de schadevergoedingsvordering hoger uitvalt, kunnen op grond van art. 3:94 lid 3 tweede zin BW niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen.3 Is de stille cedent beheersbevoegd, dan is hij uit dien hoofde bevoegd tot omzetting van de hoofdvordering in een tot vervangende schadevergoeding, als de omzetting dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering. De stille cedent is tot omzetting uiteraard ook bevoegd als dit afzonderlijk in de lastgeving is overeengekomen.