Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.6.3.2
III.6.3.2 Fysiek plegen
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460513:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een voorbeeld waarin appellant zelf in strijd met art. 1 lid 1 Wvo (oud) heeft gehandeld door samen met anderen een grote hoeveelheid inkt in een straatkolk te vegen: ABRvS 20 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ4833.
ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3550 (Brand Zaltbommel). Vergelijkbaar: ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3643.
Overigens is de zeggenschapstoets niet helemaal zuiver toegepast in deze uitspraak. De Afdeling baseert de zeggenschap op de formele positie van de bestuurder/grootaandeelhouder, en ging voorbij aan het verweer van de appellant dat niet hij maar zijn dochter feitelijk leiding had over het bedrijf.
De fysieke pleger vervult alle bestanddelen van het delict zonder dat er toerekening van andermans gedragingen aan de aangesprokene nodig is. Logischerwijs verschilt de invulling die de Afdeling geeft aan de overtrederschapsvorm fysiek plegen niet van de strafrechtelijke variant, er gelden immers – naast de delictsbestanddelen – geen aanvullende criteria om een leidinggevende aan te merken als fysieke pleger.
De leidinggevende kan natuurlijk een milieuovertreding ook zelf fysiek plegen, indien hij zelf de (fysieke) gedraging verricht die in strijd is met een wettelijk voorschrift. Ik geef enkele voorbeelden.
Ingevolge hoofdstuk III van de Meststoffenwet is het verboden om meststoffen in de bodem te brengen boven een bepaalde gebruiksnorm. Als de leidinggevende van een agrarisch bedrijf zelf op de tractor zit en de mest uitrijdt waardoor de gebruiksnorm wordt overschreden, kan de leidinggevende zonder twijfel aangemerkt worden als fysieke pleger.1
Ook zonder fysieke gedraging kan de leidinggevende worden aangemerkt als ‘fysieke pleger’, indien de leidinggevende een verboden situatie laat voortbestaan of een geboden handeling nalaat.
De Brand in Zaltbommel-uitspraak is een goed voorbeeld van fysiek plegerschap van een nalatige leidinggevende.2 Er was brand uitgebroken bij een bedrijf waar afvalstoffen waren opgeslagen in Zaltbommel. Nadat de brandweer ter plaatse was aangekomen, werd besloten dat de in de bedrijfshal aanwezige afvalstoffen moesten worden verwijderd. De volgende dag bleek dat de binnen de hal resterende afvalstoffen nog steeds nasmeulden. De enige bestuurder/grootaandeelhouder van het bedrijf is in de gelegenheid gesteld vóór het einde van de middag een plan van aanpak in te dienen om de nasmeulende afvalstoffen te blussen en de in de hal resterende afvalstoffen te verwijderen. Omdat een plan van aanpak uitbleef, heeft het college opdracht gegeven tot het treffen van de volgens het college vereiste maatregelen. De kosten van de toepassing van spoedeisende bestuursdwang konden verhaald worden op de directeur. De directeur kon vanwege zijn zeggenschap over de inrichting aangemerkt worden als drijver,3 en omdat hij geen maatregelen had genomen bij het ongewone voorval handelde hij in strijd met het gebod uit artikel 17.1 Wm.
Oftewel, de aansprakelijkheidsfiguur fysiek plegen is ook toepasselijk voor leidinggevenden. Naarmate de verboden gedraging ruimer geformuleerd wordt, en naarmate de onderneming van de leidinggevende kleiner is, zal het makkelijker zijn om de leidinggevende – dus zonder toerekening van de gedragingen van anderen – aan te merken als fysiek pleger.