De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.5.7:4.5.7 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.5.7
4.5.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS389739:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het belang van het doel en het doelgebonden vermogen van de stichting wordt onderstreept door de regeling van de vermogensklem bij omzetting van een stichting in een andere rechtsvorm. Uit de rechtspraak blijkt dat niet altijd duidelijk is wat de vermogensklem inhoudt. Van de omstandigheden van het geval hangt af of alle activa en passiva beklemd zijn of dat alleen het vermogenssaldo beklemd is.
Voor zover het bestuur na omzetting van de stichting het vermogen anders wenst aan te wenden dan voordien was voorgeschreven, dient toestemming van de rechtbank gevraagd te worden. Aanvankelijk hield de Minister van Justitie zelf toezicht teneinde te voorkomen dat het vermogen van een voormalige stichting bij ontbinding anders dan conform het stichtingsdoel zou worden uitgekeerd. Sinds 1992 is het toezicht door de Minister vervallen, maar dient de rechter toestemming te verlenen indien het vermogen anders wordt besteed dan overeenkomstig het stichtingsdoel zoals dat luidt ten tijde van de omzetting.
Een belangrijke taak van de (verplichte of vrijwillige) raad van toezicht van iedere stichting is toe te zien dat het stichtingsvermogen wordt aangewend conform het doel van de stichting. Ik meen dat de raad van toezicht, indien deze is ingesteld, voldoende bevoegdheden dient te hebben teneinde een rol te kunnen spelen bij de bescherming van het doelgebonden vermogen.
Het is opmerkelijk dat de wet niet voorschrijft dat de raad van toezicht van een stichting (en overigens ook een vereniging), zoals de raad van commissarissen van een NV, BV, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, wordt betrokken bij een juridische fusie of splitsing. De wet zou mijns inziens in artikel 2:312 lid 4 BW moeten voorschrijven dat de raad van toezicht van een stichting, indien deze is ingesteld, het voorstel tot fusie of splitsing moet meeondertekenen en het besluit tot fusie of splitsing moet goedkeuren. Een fusie tussen stichtingen kan immers evenals een fusie tussen andere rechtspersonen ingrijpende gevolgen hebben voor de stichting en degenen die bij de stichting zijn betrokken. Indien het doel van de verkrijgende stichting niet hetzelfde is als het doel van de verdwijnende stichting, heeft de fusie consequenties voor belanghebbenden bij de stichting, met name de begunstigden van het stichtingsvermogen.
Bovendien zou de raad van toezicht van een stichting, indien deze is ingesteld, mijns inziens een verplichte rol moeten hebben bij besluiten tot ontbinding en liquidatie. Dergelijke besluiten kunnen er eveneens toe leiden dat de bestemming van het stichtingsvermogen wijzigt. Aangezien betrokkenheid bij dergelijke besluiten – evenals bij doelwijziging – voor alle soorten stichtingen relevant is, zou de wet in een algemene bepaling hierin dienen te voorzien door voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht van het ontbindingsbesluit en het besluit tot bestemming van het liquidatieoverschot voor te schrijven. Zo lang de wet dat niet doet, ligt het voor de hand dit in de statuten te regelen.
Ook oprichting van een nieuwe rechtspersoon en inbreng van het stichtingsvermogen in deze rechtspersoon (bijvoorbeeld volstorting van aandelen middels inbreng van de onderneming van de stichting) gevolgd door verkoop van door de stichting gehouden aandelen, kunnen leiden tot wijziging van de bestemming van het doelvermogen.
In de wet zou ook een algemene bepaling opgenomen kunnen worden, die inhoudt dat aan de goedkeuring van de raad van toezicht, indien deze is ingesteld, zijn onderworpen besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de stichting of haar vermogen. Fusie, splitsing en ontbinding zijn echter in aparte titels in Boek 2 BW geregeld en aan doelwijziging van de stichting is in de stichtingentitel een aparte wettelijke bepaling gewijd, zodat het naar mijn mening duidelijker is om bij de desbetreffende artikelen goedkeuring door de raad van toezicht te regelen.
In “op maat gemaakte” statuten en/of in sectorregels of governancecodes kunnen voor bepaalde soorten stichtingen besluiten die kunnen leiden tot een wijziging (van het karakter) van het stichtingsvermogen worden onderworpen aan goedkeuring door de raad van toezicht.