Toegang tot het recht bij massaschade
Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.9.3:3.9.3 ADR (vierde god
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.9.3
3.9.3 ADR (vierde god
Documentgegevens:
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS593774:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zander 2003, p. 110-42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Engelse civiele proces is veel aandacht voor de voorfase en voor het gebruik van ADR daarin. Typerend is daarom dat niet meer ingezet wordt op de collectieve schikking als een mechanisme om massaschade af te wikkelen. ADR is in de context van massaschade naar mijn mening onderontwikkeld. De vraag is of in de voorfase niet een meer gestructureerd gebruik zou moeten worden gemaakt van de actieve rechter, die in het vervolg van de procedure wel zichtbaar wordt. In het kader van `voorkomen is beter dan genezen' zou de rechter in die voorfase een grotere, vooral faciliterende, rol kunnen vervullen, om partijen desgewenst zo goed mogelijk behulpzaam te zijn bij een buitengerechtelijke beëindiging van hun geschil. Daarbij kan hij zich bedienen van de case management technieken die hem ook in het kader van de GLO-procedure ten dienste staan. Er is weliswaar pre-trial case management met de mogelijkheid van pre-trial hearings en conferences, maar dat alles is primair gericht op de voorbereiding van het voeren van het proces. De totstandkoming van een schikking is dan een mogelijk neveneffect.1 Dat is iets anders dan de rol van de rechter die ik voor ogen heb. Die zou impliceren dat er een specifieke voorziening zou moeten zijn voor de 'collectieve schikking' en voor maatregelen die de totstandkoming daarvan faciliteren nog voordat de verhoudingen gepolariseerd zijn Schikkingen en de resultaten daarvan worden in Engeland ook bij massaschade vooralsnog als iets privés gezien, dat in een collectieve setting niet wettelijk genormeerd behoeft te worden en waarop geen toezicht van buitenaf wenselijk is. Het is de vraag of een dergelijke houding gerechtvaardigd is, gelet op de specifieke dynamiek die de collectieve afwikkeling van massaschade teweeg brengt voor de financiële incentives van belangenbehartigers.
Ook bij de inrichting van de voorfase is men kennelijk op de twee gedachtes blijven hinken die ook in de vorige subparagraaf aan bod kwamen. De (bilaterale) verhouding tussen benadeelden en veroorzakers wordt beheerst door pre-action protocols die geschreven zijn met het oog op individuele geschillen. Er is niet structureel nagedacht over de vraag hoe dat uitpakt voor massaschade, terwijl (structurele) problemen ten aanzien van een aantal onderwerpen voorzienbaar zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de toepassing van de regels van pre-action disclosure, reactietermijnen en ADR.