Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.1
VI.B.1. Probleemstelling: boedelberedderaar versus legitimaris
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408253:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Oftewel een twee- of een driesterrenexecuteur? Zie over de indeling van executeurs in verschillende categorieen B.M.E.M. SCHOLS in de Van Mourikbundel,Van begrafenisexecuteur tot turbo-executeur, Deventer: Kluwer 2000, p. 298 e.v.
Immers 'legitima onus neque et gravamen'.
Zie B.M.E.M. SCHOLS, L'executeur-testamentaire est mort, es lebe derTestamentsvollstrec-ker!,WPNR (1999) 6374.
KARL-LUDWIG KERSCHER en MANUEL TANCK, Pflichtteilsrecht in der Anwaltli-chen praxis, Bonn: Deutscher Anwaltverlag 1997, p. 87.
In jargon: 'Er vindt imputatie plaats'.
Indien de verwerping van een inferieure verkrijging niet binnen drie maanden plaatsvindt, krijgt de verkrijging alsnog een niet-inferieur karakter met alle gevolgen van dien. Art. 4:77 BW geeft wel aan de kantonrechter de mogelijkheid om de termijn op grond van bijzondere omstandigheden te verlengen.
De legitieme portie bedraagt immers in beginsel de helft van het erfdeel bij versterf. Let wel: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot telt ook mee voor de berekening van het erfdeel bij versterf.
Een groot probleem voor de notariele praktijk in verbandmet de overgang van een oudnaar een nieuw erfrecht is het inpassen van het fenomeen van de 'boedelberedderaar' ook wel boedelredder genoemd. De aanduiding beredde-raar werdin de praktijk nagenoeg altijdtoegevoegdaan de executeurbenoeming. De kwestie spitst zich derhalve toe op de vraag of een executeur die tevens (boedel)beredderaar is, en als zodanig onder het oude recht door erflater testamentair is aangewezen, bij het openvallen van de nalatenschap onder het nieuwe erfrecht aangemerkt wordt als een 'beheersexecuteur' dan wel als een 'executeur-afwikkelingsbewindvoerder', met alle gevolgen van dien.1 Het belangrijkste gevolg is ongetwijfeld de relatie tussen de kwalificatie van de executeur en de positie van de legitimaris. De kwalificatie beheersexecuteur wordt onder het nieuwe erfrecht niet meer als een bezwaring2 van de verkrijging van de legitimaris gezien, doch de kwalificatie als executeur-afwikkelingsbewindvoerder daarentegen wel. Zoals bekend wordt onder het nieuwe erfrecht de legitimaris, indien hij tevens erfgenaam is, gedwongen, als hij zijn rechten als legitimaris tegen een testamentaire beschikking die een bezwarende verkrijging oplevert geldend wil maken, om in beginsel gebruik te maken van de route van verwerping met contantenverklaring.3De legitieme portie is immers slechts een geldaanspraak. De betreffende legitimaris staat voor een groot erfrechtelijk dilemma: de bezwaring op zijn erfdeel aanvaarden of zich verzetten door middel van genoemde verwerping met contantenverklaring. Dat er erfrechtelijke deskundigheid vereist is bij het 'tactisch' wikken en wegen of inderdaad van dit zware middel gebruikt gemaakt zal gaan worden, wordt treffend geïllustreerd door de term die onze Oosterburen hanteren voor deze bijzondere verwerping, te weten: 'tactische Ausschlagung'.4Indien de erfgenaam-legitimaris zijn rechten als legitimaris op een 'vrije en onbezwaarde' legitieme wenst geldend te maken door middel van de verwerping van zijn erfdeel, dient hij zich eerst af te vragen wat hij verwerpt.
Staat de verkrijging die erflater voor hem in gedachte had op de 'zwarte lijst' van art. 4:72 BW e.v., de lijst van de inferieure verkrijgingen? Zo niet dan zal de erfrechtelijke straf groot zijn: de waarde van de betreffende verkrijging komt in mindering op zijn legitimaire aanspraak.5 Staat de verkrijging daarentegen wel op de 'zwarte lijst' dan komt de waarde van zijn verkrijging niet in mindering op zijn legitimaire aanspraak.6 Let wel: de legitimaris krijgt na verwerping nimmer meer dan zijn legitimaire aanspraak en wordt derhalve veelal (in waarde) 'gehalveerd'.7 Voorts merk ik op dat hij in alle gevallen zeggenschap over de 'nalatenschap' inlevert door het afstand doen van zijn erfgenaamschap. De legitimaris verwordt immers van (mede-) eigenaar tot schuldeiser. Een goederenrechtelijke aanspraak wordt een verbintenisrechte-lijke aanspraak. Voorts rest, zoals uitgebreidgezien, dan ook nog de vraag in hoeverre de legitieme portie, gelet op art. 4:82 BW, daadwerkelijk opeisbaar is.
Het probleem dat de term 'boedelbereddaar' onder het nieuwe erfrecht veroorzaakt, zou derhalve in beginsel eenvoudig vertaald kunnen worden naar de vraag of deze beredderaar een erfrechtelijke verkrijging inferieur maakt in de zin van art. 4:72 BW of niet.Wat deze 'zwarte lijst' betreft merk ik nogmaals op dat testamentair bewind er wel op voorkomt, doch een executeur niet. Het kan vanzelfsprekendwel zo zijn dat in de uiterste wil nog een andere inferieure making is opgenomen.