Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/14.1
14.1 Inleiding
mr. dr. P. Huisman, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. P. Huisman
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader par. 3.
Zie nader par. 4.
F.J. van Ommeren & P.J. Huisman, ‘Van besluit naar rechtsbetrekking: een groeimodel’, in: Het besluit voorbij, VAR-reeks 150, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 7 e.v. Er zijn ook anderen die in deze richting denken. Zie uit velen: N. Verheij, ‘Een eigen recht(er). Recente verschuivingen in de bevoegdheidsverdeling tussen burgerlijke rechter en bestuursrechter’, in: Verschuiving van de magische lijn (VAR-reeks 122), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 1999, p. 67 e.v., VAR-commissie rechtsbescherming, De toekomst van de rechtsbescherming tegen de overheid. Van toetsing naar geschilbeslechting, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p. 19, p. 84 en Ch.W. Backes & A.M.L. Jansen, ‘De wederkerige rechtsbetrekking als panacee voor de gebreken van de ‘besluiten-Awb’?’, in: T. Barkhuysen e.a. (red.), Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010, p. 75 e.v.
Het besluitbegrip is sinds de inwerkingtreding van de Awb in 1994 bepalend voor de toegang tot de bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Als sprake is van een appellabel besluit dan staat daartegen immers na bezwaar beroep bij de bestuursrechter open (artikel 8:1 jo. 7:1 Awb). De bevoegdheden van de bestuursrechter zijn toegesneden op het vernietigingsberoep, zij het dat de Awb sinds 2013 ook een verzoekschriftprocedure kent voor schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming.
De huidige toegang tot de bestuursrechter is naar mijn mening te beperkt. Zo wordt in het bijzonder een rechtstreekse mogelijkheid om op te komen tegen besluitgerelateerde feitelijke handelingen en besluitgerelateerde overheidsovereenkomsten gemist.1 Bovendien zijn niet alle besluiten vatbaar voor beroep bij de bestuursrechter, waarbij in het bijzonder valt te denken aan algemeen verbindende voorschriften.2 Daar komt bij dat de afgrenzing met de competentie van de burgerlijke rechter soms heel complex kan zijn en in bepaalde gevallen leidt tot een onwenselijke fragmentatie van de rechtsbescherming over twee verschillende soorten rechters. Soms is het zelfs simpelweg niet mogelijk om tegen een bestuurshandeling in rechte op te komen.
In ons preadvies voor de Vereniging voor bestuursrecht, de VAR, uit 2013 hebben Van Ommeren en ik voorgesteld om de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking tot uitgangspunt te nemen voor de uitbreiding van de toegang tot de bestuursrechter, waardoor de hiervoor genoemde knelpunten kunnen worden weggenomen.3 In deze bijdrage komt aan de orde hoe dit voorstel kan bijdragen aan de stapsgewijze groei van het stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming in de Awb en wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de verhouding tussen het besluitmodel en deze rechtsbetrekkingbenadering. Ik wil in deze bijdrage niet zozeer herhalen wat reeds in ons preadvies is gezegd (hoewel dat ten dele onvermijdelijk is), maar vooral ingaan op de groeirichtingen voor de ontwikkeling van de bestuursrechtelijke rechtsbetrekking.