Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.4:14.4 Commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.4
14.4 Commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414398:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvT Wetsvoorstel 24 651, nr. 3, p. 72; MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 38.
Polak 2005, (T&C Rv), art. 8 Rv, aant. 3b en 4b.
Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 184.
Laenens, TvP 1982, p. 240.
Pertegás Sender, in: Erauw e.a., Het WIPR Becommentarieerd, p. 35.
H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 1.1.7 Wetsontwerp 24651 heeft de tekst van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag over bepaaldheid letterlijk overgenomen. De toelichting vermeldt slechts dat de reden hiervoor is de bescherming van partijen tegen afstand van hun natuurlijk forum voor een onbeperkt aantal van alle soorten zaken.1 Deze motivering is naar mijn mening onjuist, omdat een gekozen gerecht evenzeer een 'natuurlijk forum' kan zijn. Het gekozen forum en de partijautonomie is in de systematiek van de EEX-V° en het Verdrag zelfs een uitgangspunt.
Aangezien vervolgens in art. 8 Rv de tekst van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is overgenomen, verwijs ik naar de in par. 14.2.3 genoemde Nederlandse jurisprudentie over een bepaalde rechtsbetrekking. Naar mijn mening dient het vereiste van bepaaldheid in art. 8 Rv op gelijke wijze te worden geïnterpreteerd als in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Derhalve dient voor het nationale recht aansluiting te worden gezocht bij het autonome begrip 'bepaaldheid' in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en geen afwijkende nationaal begrip te worden gebruikt. Zowel onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag als art. 8 Rv is de bepaaldheid een voorwaarde voor de geldigheid.2
Het Belgische internationaal privaatrecht kent de eis van bepaaldheid niet uitdrukkelijk. Ik verwijs naar de art. 6 en 7 Belgische IPR-code. Het Belgische commune internationaal privaatrecht stelt geen voorwaarden aan de totstandkoming van een forumkeuze anders dan wilsovereenstemming en dat het geschil voortvloeit uit een rechtsbetrekicing.3 Slechts uit het algemene verbintenissenrecht vloeit een beperking voort. Zoals bij iedere overeenkomst dient het voorwerp van de wilsovereenstemming voldoende bepaalbaar te zijn. De bepaalbaarheid heeft onder meer betrekking op de onderlinge rechtsbetrelddng.4 Het komt naar Belgisch internationaal privaatrecht dan ook voornamelijk aan op de wilsovereenstemming. Deze dient voldoende duidelijk tot uiting te komen. Daarin ligt naar mijn mening impliciet een vereiste bepaaldheid besloten. Indien het vereiste van bepaaldheid is gelegen in de wilsovereenstemming, dan heeft dat als belangrijk gevolg dat de bepaaldheid van een forumkeuze naar Belgisch commuun internationaal privaatrecht moet worden onderzocht aan de hand van de lex causae. Wilsovereenstemming is immers een materiële geldigheidsvoorwaarde, waarop het recht van toepassing is dat door art. 98 lid 1, tweede zin WIPR jo het EVO wordt aangeduid.5 Op dit punt bestaat dan ook een belangrijk verschil met het Nederlandse en Duitse commune internationaal privaatrecht dat de bepaaldheid als onderdeel ziet van de (processuele) toelaatbaarheid van de forumkeuze. Hoe de Belgische rechtspraak zich zal ontwikkelen is nog niet bekend. De Belgische rechtspraak zal gelet op de andersluidende bepaling en de toetsing aan de lex causae waarschijnlijk niet aansluiten bij art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Het Belgische recht indien van toepassing als lex causae — is in dit opzicht ruimer en vereist minder bepaaldheid.6