De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/1.5:1.5 Reikwijdte onderzoek
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/1.5
1.5 Reikwijdte onderzoek
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS388616:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Lindenberg in T&C Sr, art. 197a Sr, aant. 1 en Machielse in Noyon/Langemeijer & Remmelink, art. 197a Sr, aant. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alleen de ‘arbeidsuitbuiting’
Dit onderzoek richt zich zoals opgemerkt op de uitbuitingsvorm van mensenhandel buiten de seksindustrie en buiten de gedwongen orgaandonatie. Deze vorm van mensenhandel wordt aangeduid als arbeidsuitbuiting. Formeel is deze benaming niet passend, immers de uitbuiting van seksuele diensten of het gedwongen afstaan van organen kan ook worden gezien als een vorm van arbeidsuitbuiting. De term wordt echter eveneens gebruikt op internationaal en Europees niveau (‘labour trafficking’). Er bestaat een universele notie omtrent de materiële betekenis van het begrip arbeidsuitbuiting hetgeen de titelkeus verantwoordt.
Op deze plek wordt volstaan met een negatieve invulling van het onderwerp (het is geen seksuele uitbuiting en ook geen gedwongen orgaandonatie). Het volgende hoofdstuk geeft een conceptueel model van uitbuiting en in hoofdstuk 3 volgt een definitie van arbeidsuitbuiting op basis van de wet, de wetsgeschiedenis en jurisprudentie.
De keuze dit onderzoek te richten op de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland brengt mee dat buitenlandse delictsomschrijvingen niet aan de orde komen, of enkel om een bredere beoordeling mogelijk te maken van de nationale bepaling. Dit boek is voorts niet specifiek gericht op kinderhandel. Dit betreft een aparte slachtoffergroep waarbij bijzondere verdragsverplichtingen van toepassing zijn. Deze studie gaat daar globaal op in, maar de vraag of en waarom handel in minderjarigen door middel van het strafrecht moet worden tegengegaan vergt een op zichzelf staand onderzoek dat buiten het bereik van deze dissertatie valt.
Verschil mensenhandel – mensensmokkel
Mensenhandel wordt nogal eens verward met mensensmokkel. Mensensmokkel is strafbaar gesteld in artikel 197a Sr. Het betreft het illegale en grensoverschrijdende transport van mensen met als doel deze mensen over de grens te krijgen. De smokkelaar helpt bij de illegale toegang, doorreis of het verblijf in een ander land.1 Mensensmokkel is dus altijd grensoverschrijdend, terwijl dit bij mensenhandel niet is vereist. Bij mensensmokkel is het belang van de staat in het geding. Dat belang is daarin gelegen dat op het grondgebied van de staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn. De bescherming van de gesmokkelde persoon tegen uitbuiting staat bij de strafbaarstelling van mensensmokkel niet centraal. Mensenhandel daarentegen is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is gericht op het behoud van de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op die integriteit en vrijheid.2