Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.1:7.1 Inleiding
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655838:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 ben ik bij de analyse van de materieelrechtelijke aspecten van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving uitgegaan van een sterk vereenvoudigd feitencomplex.1 Deze analyse werd hierdoor enigszins vereenvoudigd. Daarmee is vooralsnog onduidelijk hoe deze analyse eruitziet wanneer niet langer aan dit vereenvoudigde feitencomplex wordt vastgehouden. Die nog openstaande analyse is de aanleiding voor dit hoofdstuk. De aannames die in hoofdstuk 5 werden gehanteerd, zal ik in dit hoofdstuk één voor één loslaten, en vervolgens zal ik de daaruit voortvloeiende complicaties voor het causaal verband en de schade(toerekening) één voor één analyseren en van een oplossing voorzien. Bij deze analyse zal ik mede gebruik maken van inzichten uit de Amerikaanse literatuur.
Ik heb vier opmerkingen vooraf. In de eerste plaats merk ik op dat ik – evenals in hoofdstuk 5 – in dit hoofdstuk uitga van de fictieve situatie waarin vennootschap X een bepaalde misleidende mededeling heeft gedaan (of bepaalde relevante informatie heeft achtergehouden) waardoor de toestand van de vennootschap te positief is voorgesteld. Hierbij neem ik aan dat in rechte (inmiddels) is komen vast te staan dat deze misleidende mededeling (of omissie) de beurskoers daadwerkelijk heeft beïnvloed. De beleggers die in het tijdvak van de misleiding aandelen hebben gekocht (ook wel aangeduid als de ‘door de misleiding benadeelde beleggers’), stellen de vennootschap voor de misleiding aansprakelijk en eisen vergoeding van de daardoor veroorzaakte koersschade.
In de tweede plaats wijs ik erop dat ik de analyse in dit hoofdstuk ceteris paribus zal uitvoeren. Daarmee bedoel ik, dat wanneer een bepaalde aanname van het vereenvoudigde feitencomplex wordt losgelaten, tegelijkertijd aan de andere aannames wordt vastgehouden en de overige feiten en omstandigheden constant worden verondersteld. De relevante causaliteits- en schadevragen behandel ik in dit hoofdstuk dus steeds per complicatie afzonderlijk.
In de derde plaats merk ik dat ik de analyse in dit hoofdstuk zal beperken tot de materieelrechtelijke aspecten van het causaal verband en de schade. Dit is een belangrijke beperking, want het loslaten van het vereenvoudigde feitencomplex brengt ook de nodige bewijsrechtelijke complicaties met zich. Deze bewijsrechtelijke aspecten komen uitgebreid aanbod in Deel V.
In de vierde plaats wijs ik erop dat ik – met uitzondering van § 7.2 – de analyse in dit hoofdstuk zal beperken tot de feitelijke grondslag waarbij de beleggers zich op het standpunt stellen dat zij ook bij afwezigheid van de misleiding het litigieuze aandeel zouden hebben gekocht, maar dan tegen een lagere prijs. In beginsel zal ik dus geen aandacht besteden aan de grondslag waarbij de beleggers zich op het standpunt stellen dat zij bij afwezigheid van de misleiding het litigieuze aandeel in het geheel niet zouden hebben gekocht. De reden hiervoor is dat de analyse voor de tweede feitelijke grondslag vanuit materieelrechtelijk oogpunt niet noemenswaardig verschilt van de analyse voor de eerste feitelijke grondslag; met wat nadere verfijningen is de eerstgenoemde analyse gemakkelijk uit de laatstgenoemde analyse af te leiden. Het enige scenario waarvoor ik (de analyse voor) de tweede grondslag wel afzonderlijk uitwerk, is het scenario waarin wordt aangenomen dat de inhoud van de misleidende informatie over het tijdvak van de misleiding wijzigt (zie § 7.2). In dat scenario verschilt de analyse voor beide feitelijke grondslagen namelijk wel noemenswaardig.
De opbouw van dit hoofdstuk volgt precies de volgorde van de aannames zoals ik die heb opgesomd aan het slot van hoofdstuk 5.2