De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.9.1:4.9.1 Het richtlijnkader
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.9.1
4.9.1 Het richtlijnkader
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393588:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de volledigheid moet nu nog kort aandacht worden besteed aan de rol die waarborgfondsen spelen als een bezoeker slachtoffer wordt van een ongeval. Van bijzonder groot belang is die rol niet meer sinds de inwerkingtreding van de 4e Richtlijn.
De meeste verkeersongevallen die Nederlanders in het buitenland overkomen, vinden plaats in andere lidstaten. In dat geval zal het aansprakelijke voertuig doorgaans gewoonlijk gestald zijn in het land van het ongeval en in uitzonderingssituaties in een andere lidstaat dan die van het ongeval. In deze gevallen heeft hij ofwel een aanspraak op de Nederlandse schaderegelaar van de aansprakelijkheidsverzekeraar, of op het Nederlandse schadevergoedingsorgaan.
Als het bezoekende aansprakelijke voertuig gewoonlijk gestald is in een niet-lidstaat en niet verzekerd blijkt te zijn, heeft de benadeelde toegang tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats. Zie art. 25 van de Richtlijn en art. 27o Want Denk aan een ongeval in Frankrijk, waarvoor een onverzekerd voertuig uit Marokko (niet voorzien van een geldige groene kaart) aansprakelijk is en waarbij een Nederlandse ingezetene slachtoffer is. De Nederlander kan zich wenden tot het Nederlandse Schadevergoedingsorgaan.
Is het ongeval veroorzaakt door een bezoekende automobilist uit een niet-lidstaat en is deze verzekerd (hetgeen doorgaans inhoudt dat de bestuurder in het bezit is van een geldige groene kaart), dan dient de benadeelde zich te wenden tot het Bureau van het land van het ongeval.
Hetzelfde voorbeeld, maar nu is de Marokkaan in het bezit van een geldige groene kaart. Nu zal de Nederlander zich moeten wenden tot het Franse Bureau. De Marokkaanse verzekeraar heeft in Frankrijk geen schaderegelaar aangesteld, aangezien de Richtlijn daartoe niet verplicht.
Denkbaar is daarnaast dat het ongeval in een niet-lidstaat plaatsvindt en de aansprakelijke onverzekerd blijkt. Dan zal de benadeelde inwoner van een lidstaat zich tot het waarborgfonds van het land van het ongeval moeten wenden. Voor zover het ongeval in een bij het groenekaartstelsel aangesloten land plaatsvindt, bieden alle daar ingestelde waarborgfondsen ook bescherming aan niet-ingezetenen, soms onder voorwaarde van reciprociteit, dat wil zeggen dat ingezetenen van het betrokken land ook bescherming genieten in het land waar het buitenlandse slachtoffer woonachtig is.
Denk aan een ongeval in Tunesië, veroorzaakt door een onbekend of onverzekerd voertuig, waarbij een Nederlandse ingezetene slachtoffer wordt. In dat geval zal de Nederlander zich moeten wenden tot het Tunesische waarborgfonds. Dat geldt ook als het onverzekerde voertuig gewoonlijk is gestald in een lidstaat.
Ongevallen in niet bij het groenekaartstelsel aangesloten landen blijven uit praktische overwegingen onbesproken.
Uit het vorenstaande blijkt dat de Nederlander die in het buitenland een ongeval overkomt, alleen dan een aanspraak op het waarborgfonds van het land van het ongeval geldend behoeft te maken als het ongeval plaatsvindt in een derde land dat al dan niet is aangesloten bij het groenekaartstelsel en het aansprakelijke voertuig onbekend of niet verzekerd is.
De Nederlandse benadeelde zal in een dergelijk geval hebben te procederen in het land van het ongeval. De jurisdictieregels van de staat van vestiging van het aan te spreken waarborgfonds beheersen de vraag of, en zo ja tot welk gerecht de benadeelde toegang heeft.
De vordering zal worden beheerst door het recht van het land waar het ongeval plaatsvindt en in het kader van de waarborgfondsen zal dat het recht zijn van het land van vestiging van het waarborgfonds.