Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/I.2
I.2 De doelstelling
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS378578:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 17: `De huidige geschillenregeling van afdeling 1 van titel 8 Boek 2 BW werkt in de praktijk niet goed. Dit standpunt wordt ook in de literatuur onderschreven.'
Timmerman (2009), p. 5, verwoordde dit als volgt: 'De grondslagen van het ondernemingsrecht dienen te worden ontwikkeld in het licht van het hoofddoel ervan. En dat is het uitdenken van zulke rechtsvormen voor ondernemingen dat deze op succesvolle wijze aan het (internationale) economische leven kunnen deelnemen. Die juridische jassen voor ondernemingen moeten zo worden gesneden dat economische vooruitgang en ondernemerschap worden bevorderd en allerlei activiteiten worden tegengegaan die economische waarden vernietigen zonder dat daar een compenserend immaterieel voordeel, zoals rechtvaardigheid en duurzaamheid, tegenover staat.'
Zo publiceert de Vereniging Corporate Litigation in de Serie vanwege het Van der Heijden Instituut sinds 2002 jaarlijks haar 'Verspreide geschriften'.
De wettelijke geschillenregeling roept veel juridische vragen op. Deze studie bevat een integrale analyse van de geschillenregeling naar huidig recht en de voorgestelde wijzigingen in het wetsvoorstel Flex-BV. Ik beschrijf het positieve en toekomstige recht en onderwerp beide aan een kritische evaluatie. Ik bespreek de redenen waarom in de literatuur de opvatting heerst dat de huidige wettelijke geschillen-regeling niet goed functioneert.1 Daarnaast behandel ik de mogelijke alternatieven en de samenhang met aan de geschillenregeling verwante vorderingen. Het boek bevat hiermee een systematisch onderzoek naar de vragen die de wettelijke geschillenregeling oproept.
Het nut van een wettelijke geschillenregeling staat mijns inziens buiten kijf. Het algemeen of maatschappelijk belang is gediend bij een goed functionerend bedrijfsleven en bij florerende ondernemingen. Indien de onenigheid tussen de bij een vennootschap betrokkenen escaleert, dan heeft dit een negatief effect op de bedrijfsvoering. De te nemen besluiten blijven achterwege en de verstoorde verhoudingen zorgen ervoor dat de vennootschap en de met haar verbonden onderneming worden 'lamgelegd'. Een wettelijke geschillenregeling kan dan uitkomst bieden. Een procedure voor het op zorgvuldige wijze beëindigen van geschillen heeft een positief economisch effect. Vergaande en verdergaande kapitaalvernietiging blijft uit, omdat de oplossing van de geschillen een faillissement kan verhoeden. De wet behoort een uitweg uit de impasse te bieden om de ondergang van de onderneming, met het bijbehorende verlies van werkgelegenheid, te voorkomen.2 Het onderzoek draagt dus bij aan de oplossing van een maatschappelijk probleem. Het is wenselijk dat de wettelijke geschillenregeling gericht is op een snelle oplossing, zonder waarborgen te verloochenen. De roep om zo'n definitieve beslechting van aandeelhoudersgeschillen door een al dan niet gespecialiseerde rechter klinkt steeds luider.
Het onderzoek richt zich op de knelpunten in de wettelijke geschillenregeling. Aan een gedwongen aandelenoverdracht krachtens de uitstoting of de uittreding liggen enkele beginselen ten grondslag. Deze uitgangspunten zijn een richtsnoer voor de door mij te geven oplossingen voor de problemen en de knelpunten van de wettelijke geschillenregeling. De belangrijke vraag of de gedwongen eigendomsoverdracht in strijd is met het verdragsrechtelijk beschermde beginsel van ongestoord genot op eigendom behoort vooraf te worden gesteld. Ik beantwoord deze vraag ontkennend.
De bespreking van de wettelijke geschillenregeling geschiedt in dit boek vanuit een dogmatische invalshoek. Zij is gebaseerd op de in de literatuur en de jurisprudentie heersende opvattingen. De uit de doctrine voortvloeiende standpunten zijn weergegeven en waar nodig van kritische kanttekeningen voorzien. Bij het zoeken naar oplossingen zoek ik aanknopingspunten elders in het ondernemingsrecht, maar ook in het burgerlijk procesrecht en het burgerlijk recht (interne rechtsvergelijking). Daarnaast maak ik gebruik van met de Nederlandse geschillen-regeling vergelijkbare regelingen buiten Nederland (externe rechtsvergelijking). Ik kom daar in de volgende paragraaf op terug.
De wettelijke geschillenregeling kent een eigen procedure met diverse bijzonderheden. Zo is de positie van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden, ondoorzichtig en diffuus. Een bespreking van de procesrechtelijke aspecten en een vergelijking met het algemeen burgerlijk procesrecht dringen zich op. De uitgangspunten die aan de aard van de geschillenregeling ten grondslag liggen, vormen eveneens de basis voor de analyse van de procesrechtelijke facetten.
Het onderzoek bevindt zich hiermee op het snijvlak van ondernemingsrecht en burgerlijk procesrecht. Dit staat in de literatuur bekend als het opkomende rechtsgebied van corporate litigation.3