De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.5.3.3:15.5.3.3 Wanneer ontstaat de biedplicht? (terugwerkende kracht, gratie en ontheffing)
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.5.3.3
15.5.3.3 Wanneer ontstaat de biedplicht? (terugwerkende kracht, gratie en ontheffing)
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372437:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2011 – Advies Voorontwerp Vrijstellingsbesluit, p. 10.
Idem Roelvink 2012, p. 370 (voetnoot 122) en Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2011 – Advies Voorontwerp Vrijstellingsbesluit, p. 10.
De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 5:81 Wft, aant. 6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangenomen moet worden dat de biedplicht herrijst op het moment dat de vrijstelling vervalt (ex nunc); er is geen sprake van terugwerkende kracht tot het moment waarop de biedplicht oorspronkelijk ontstond.1 Dit volgt in ieder geval uit de vrijstelling voor de gelijktijdige verwerving van overwegende zeggenschap (art. 5:72 lid 4 Wft). Ook uit de toelichting op de toetredingsvrijstelling van art. 2 lid 5 Vrijstellingsbesluit (§ 15.2.2.3 sub III) blijkt dat de biedplicht ontstaat op het moment waarop de vrijstelling vervalt. Niet valt in te zien waarom dit bij de overige vrijstellingen anders zou zijn.
Uit art. 5:72 lid 4 Wft en de toelichting op art. 2 lid 5 Vrijstellingsbesluit volgt verder dat het verval van deze vrijstellingen een beroep op de gratieregeling of een verzoek om ontheffing door de OK onverlet laat. Het verdient aanbeveling de regeling van art. 5:72 lid 4 breder te trekken dan alleen de vrijstelling van art. 5:71 lid 1 sub h Wft en in het kader van de ontheffingsmogelijkheid te verduidelijken dat deze ook bestaat indien een vrijstelling vervalt.2 In de literatuur wordt terecht opgemerkt dat dit ook voortvloeit uit de wetssystematiek.3
Onbelangrijk is of op het moment van het vervallen van de vrijstelling niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het ontstaan van een biedplicht wegens acting in concert. Aan een eenmaal gerezen biedplicht kan worden ontkomen via de gratieregeling van art. 5:72 lid 1 en 2 Wft of via ontheffing door de OK ex art. 5:72 lid 3 Wft.