Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/46.2
46.2 De transparantieverplichting
mr. dr. A. Drahmann, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
R.o. 8 van de Vlaardingen-uitspraak.
Zie voor een overzicht van deze literatuur paragraaf 5 van de conclusie van de advocaat-generaal d.d. 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421, waarbij gebruik is gemaakt van F.J. van Ommeren, Schaarse vergunningen. De verdeling van schaarse vergunningen als onderdeel van het algemeen bestuursrecht, Deventer: Kluwer 2004; R.J.G.M. Widdershoven, S. Prechal, M.J.M. Verhoeven e.a., De Europese agenda van de Awb, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, p. 85-91; S. Prechal, ‘De emancipatie van het ‘algemeen transparantiebeginsel’, SEW 2008/145, p. 316-322; C.J. Wolswinkel, ‘Diensten tussen frequenties en kansspelen. Contouren van een Europees kader voor het verlenen van een beperkt aantal vergunningen’, SEW 2009/120, afl. 7/8, p. 287-299; A.W.G.J. Buijze & R.J.G.M. Widdershoven, ‘De Awb en het EU-recht: het transparantiebeginsel’, in T. Barkhuysen e.a. (red.), Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010, p. 589-609; A. Drahmann, ‘Tijd voor een Nederlands transparantiebeginsel?’, in: M.J.M. Verhoeven e.a., Europees offensief tegen nationale rechtsbeginselen? Over legaliteit, rechtszekerheid, vertrouwen en transparantie (Jonge VAR reeks 9), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010, p. 169-197; H.M. Stergiou, ‘Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel’, NtER 2011-3; A.W.G.J. Buijze, ‘Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden’, NtER 2011-7, p. 240-248; F.J. van Ommeren e.a. (red.), Schaarse publieke rechten, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2011; F.J. van Ommeren, W. den Ouden & C.J. Wolswinkel, ‘Schaarse publieke rechten: naar een algemeen leerstuk’, in: Van Ommeren e.a. 2011, p. 17-41; J.H. Wolswinkel, ‘Verdelingsprocedures: een zoektocht naar een zinvol onderscheid’, in: Van Ommeren e.a. 2011; F.J. van Ommeren, ‘Schaarse publieke rechten: een verplichting tot het creëren van mededingingsruimte?’ in: Van Ommeren e.a. 2011; A. Drahmann, ‘Streven naar een transparante (her)verdeling van schaarse publieke rechten’, in: Van Ommeren e.a. 2011, p. 267-292; A. Drahmann, ‘Uitdijing van de werking van het transparantiebeginsel: van concessies naar vergunningen’, NTB 2012/25, afl. 7, p. 184-193 (ook gepubliceerd in Drahmann 2015, p. 121-142); A. Drahmann, 'Is transparantie bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoende gewaarborgd?', JBplus 2013, afl. 3, p. 141-170; A.W.G.J. Buijze, The Principle of Trans- parency in EU Law, ’s-Hertogenbosch: BOXPress 2013; C.J. Wolswinkel, De verdeling van schaarse publiekrechtelijke rechten, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013; C.J. Wolswinkel, ‘De verdeling van schaarse vergunningen. Convergentie in de jurisprudentie?’, JBplus 2013, afl. 2, p. 62-80; A. Drahmann, ‘Hoe kunnen transparantieverplichtingen worden geïntroduceerd in het Nederlands bestuursrecht bij de verdeling van schaarse besluiten’, NTB 2014/11, afl. 4, p. 86-95; C.J. Wolswinkel, ‘Schaarse publiekrechtelijke rechten. Een algemeen leerstuk gerelativeerd’, NTB 2014/7, afl. 2/3, p. 58-66; A. Drahmann, Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten, Zwolle: Kluwer 2015; M.R. Botman, De Dienstenrichtlijn in Nederland. De gevolgen van richtlijn 2006/123/EG voor de nationale rechtsorde vanuit Europees perspectief, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2015.
Zie hierover ook Wolswinkel in zijn annotatie bij deze uitspraak (AB 2016/426).
In de Vlaardingen-uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat er in het Nederlandse recht een rechtsnorm geldt die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen.
Een schaarse vergunning is een vergunning waarvan het aantal vergunningen dat verleend kan worden is beperkt door een vergunningenplafond. In de Vlaardingen-uitspraak was sprake van een schaarse vergunning omdat in een gemeentelijke verordening was bepaald dat de burgemeester bevoegd was voor maximaal één speelautomatenhal een exploitatievergunning te verlenen.
De rechtsnorm om mededingingsruimte te creëren is, aldus de Afdeling, gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Om gelijke kansen te kunnen realiseren moet een bestuursorgaan een passende mate van openbaarheid verzekeren met betrekking tot (I) de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, (II) de verdelingsprocedure, (III) het aanvraagtijdvak en (IV) de toe te passen criteria. Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen.1
Met deze uitspraak is de in de literatuur opgeworpen vraag of ‘transparantie’ een rechtsnorm zou moeten worden beantwoord.2 Wel zal de exacte inhoud van deze verplichting nog nader moeten worden uitgekristalliseerd. Zo heeft de advocaat-generaal in zijn conclusie een uitwerking van de eis van ‘passende mate van openbaarheid’ gegeven die in de Vlaardingen-uitspraak van de Afdeling niet terugkomt. Het is vooralsnog de vraag of dit komt omdat dit voor het oordeel in dit geschil niet nodig was of dat de Afdeling op dit punt de conclusie van de advocaat-generaal niet heeft overgenomen.3 De transparantieverplichting zoals deze door de Afdeling is geformuleerd is primair een verplichting voor het bestuursorgaan en het beginsel van gelijke kansen een daarmee samenhangend recht voor de potentiële aanvragers. De vraag is echter of met dit recht voor de aanvragers ook verplichtingen voor de aanvragers zijn ontstaan.