Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.5:3.5 Samenvatting
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.5
3.5 Samenvatting
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614940:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is uitgebreid stilgestaan bij de nieuwe eigendomsregeling in het BW. Aanleiding voor deze nieuwe regeling zijn de kabelarresten uit 2003 waarin de Hoge Raad oordeelde dat telecomnetten onroerende zaken zijn en dat de eigendom van het net toekomt aan de aanlegger ervan. Ten aanzien van dit laatste punt bleef — ook na de kabelarresten — nog enige onduidelijkheid bestaan omdat het in de kabelarresten ging om een specifieke wettelijke uitzondering. Een algemene regeling betreffende de eigendom van netten zou uitkomst moeten bieden. Door middel van een nota van wijziging bij de aanpassing van de Tw is de nieuwe eigendomsregeling in het BW geïntroduceerd, met tevens voorstellen voor aanpassing van bepalingen in de Kadaster-wet en de Overgangswet NBW. Aan artikel 5:20 BW is een nieuw tweede lid toegevoegd (de doorknipbepaling) waardoor de eigendom van een net wordt losgemaakt van de grondeigendom. Deze regeling heeft diverse nieuwe begrippen geïntroduceerd zoals het begrip i) 'net' en ii) de 'bevoegde aanlegger'. Met betrekking tot het begrip net is geen algemene wettelijke definitie gegeven. De omvang van een net wordt bepaald door de wettelijke omschrijving van een net in specifieke (sectorale) regelgeving en bij het ontbreken van een dergelijke specifieke omschrijving, wordt de omvang bepaald door de verkeersopvattingen. Daarnaast moet het net, met al zijn bestanddelen (meter- en verdeelkasten, mantelbuizen etc.) als één feitelijke en functionele eenheid worden aangemerkt. Voor toepassing van de nieuwe eigendomsregeling moet het net worden beschouwd als één zelfstandige onroerende zaak. Volgens artikel 5.17 Tw ziet de nieuwe eigendomsregeling ook op lege mantelbuizen (beschermings- en ondersteuningswerken). Mantelbuizen vormen echter pas een feitelijke en functionele eenheid met het net wanneer de mantelbuizen zijn gevuld. Dit kan mogelijk problemen geven wanneer de mantelbuis wordt gevuld door een ander dan de eigenaar van de mantelbuis.
Ten aanzien van de bevoegde aanleg is weergegeven dat de aanlegger gerechtigd moet zijn om een net aan te leggen in andermans grond. Deze toestemming tot aanleg kan voortvloeien uit het privaatrecht (overeenkomst, kwalitatief recht) of uit het publiekrecht (Tw of Bwp). Wanneer de bevoegdheid tot aanleg achteraf vervalt, bijvoorbeeld door vernietiging van de overeenkomst, dan heeft dit in beginsel geen invloed op de eigendom van het net. De rechter kan conform artikel 3:53, tweede lid BW aan de vernietiging geheel of gedeeltelijk haar werking ontzeggen. Bij het achteraf vervallen van de bevoegdheid tot aanleg zal in beginsel niet (direct) de verticale natrekking gaan gelden en de eigenaar van de grond ook eigenaar zijn van het net, maar zal eerst bekeken worden of sprake is van toepassing van de horizontale natrekking. Overigens behoudt de grondeigenaar wel de mogelijkheid om verwijdering van het onbevoegd in zijn grond aangelegde net te vorderen (tenzij sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid, artikel 3:13 BW). De onbevoegdheid van de aanlegger zal mogelijkerwijs ook kunnen worden geheeld door een beroep op verjaring. Door te bewijzen dat de (on)bevoegde aanlegger door verjaring een opstalrecht heeft verkregen, is wellicht mogelijk dat de aanlegger de eigendom van het net door (verkrijgende) verjaring (van een opstalrecht) kan verkrijgen. De aanleg van een net is middels wijziging van artikel 3:17 BW een inschrijfbaar feit geworden. Inschrijving van (de aanleg van) een net kan ertoe leiden dat een (deel)net als zelfstandige zaak wordt beschouwd en derhalve dat op een zelfstandig deelnet een hypotheekrecht kan worden gevestigd, dan wel zelfstandig kan worden overgedragen. De (eerste) inschrijving van de aanleg van een net is niet verplicht. Door de werking van de derdenbeschermingsbepalingen zal de eerste inschrijving van netten worden gestimuleerd. Een bevoegde aanlegger die verzaakt om de aanleg van zijn net tijdig in te schrijven kan hiervoor dus 'gestraft' worden doordat de derdenbeschermingsbepalingen tegen hem kunnen gaan werken. In artikel 78 Overgangswet NBW (vierde lid) is een knip aangebracht voor inschrijving van netten waarvan de aanleg heeft plaatsgevonden vóór 1950. Deze oudere netten kunnen wel ingeschreven worden, maar bij het ontbreken van een dergelijke inschrijving zal artikel 3:24, eerste lid BW niet gelden.
Als 'sluitstuk' op de invoering van de nieuwe eigendomsregeling zijn twee overgangs-rechtelijke bepalingen ingevoerd. De eerste bepaling (artikel 155, tweede lid Overgangswet NBW) is per 1 februari 2009 gedeeltelijk uitgewerkt. Deze bepaling houdt in dat i) de nieuwe eigendomsregeling ook van toepassing is op netten die voor inwerkingtreding van de nieuwe eigendomsbepaling zijn aangelegd en ii) dat de werking van de eigendomsregeling werd uitgesteld indien de partij, op wiens kosten een net in zijn (eigen) grond is aangelegd en ten behoeve van wie het net wordt gebruikt, binnen twee jaar na inwerkingtreding van de nieuwe regeling een eis heeft ingesteld tot vaststelling van de eigendom van het net en dit heeft ingeschreven in de openbare registers. Dit ter voorkoming dat een partij die — op goede gronden meende eigenaar te zijn van een net, niet per direct zijn net zou kunnen kwijtraken aan de bevoegde aanlegger. De tweede overgangsrechtelijke bepaling ziet op het bevoegdheidsvereiste. In de praktijk blijkt het vrij lastig te zijn voor de beoogde eigenaar om bewijzen aan te leveren waaruit genoegzaam blijkt dat hij of zijn rechtsvoorganger(s) het net bevoegd hebben aangelegd. Registratie van de eigendom van netten bleef dan ook uit. Om tegemoet te komen aan deze praktische bezwaren is in artikel 155a Overgangswet NBW een regeling opgenomen op basis waarvan degene die zich per 1 februari 2007 als eigenaar gedroeg, de eigendom van een net op zijn naam kan laten inschrijven in de openbare registers. In de Staatscourant en één landelijk dagblad moet gepubliceerd worden dat de vermoedelijke eigenaar de eigendom van het net heeft ingeschreven in de openbare registers. Derden die claimen een beter recht te hebben, kunnen binnen één jaar na publicatie een dagvaarding laten inschrijven om zo hun rechten veilig te stellen. De vermoedelijke eigenaar heeft echter de mogelijkheid om het net drie maanden ná publicatie van de (eerste) inschrijving over te dragen of te bezwaren. Een derde die meent een beter recht te kunnen claimen ten aanzien van het net heeft dan (enkel nog) recht op schadevergoeding.