RN 2025/15
Uittredingsvoorwaarde. Vormt artikel 2:60 BW een beletsel voor een uittreedtvoorwaarde opgenomen in een overeenkomst in plaats van in de statuten?
HR 10-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:56
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04963
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1158:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:56, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1156, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Coöperatie. Uittredingsvoorwaarde. Statutaire grondslag.
In hoeverre biedt een overeenkomst over een uittreedvoorwaarde dezelfde waarborgen als een statutaire grondslag, zodat artikel 2:60 Burgerlijk Wetboek geen beletsel vormt voor de verschuldigdheid van deze voorwaarde?
Samenvatting
Kubus is een coöperatie. Zij biedt haar leden, bestaande uit administratie-, accountants- en advieskantoren, steun bij de exploitatie op het gebied van inkoop, software, marketing en opleiding. De statuten van Kubus bepalen dat het lidmaatschap onder andere eindigt door opzegging en verbinden geen voorwaarden aan uittreding. X is in 2015 een administratiekantoor begonnen en lid B geworden van Kubus. Kubus en X hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.