Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.2.1:3.2.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.2.1
3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192548:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor historische beschouwingen over insolventie en sanering ook: Ruysscher 2017; Noordam 2007, hoofdstuk 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
40. Het denken, schrijven en discussiëren over een dwangakkoord buiten surseance en faillissement is bepaald niet nieuw. Op diverse momenten in het verleden is gepleit voor de invoering van een dergelijke akkoordprocedure. Bovendien zijn er door de jaren heen diverse conceptregelingen opgesteld. Hoewel soms eeuwenoud, zijn deze pleidooien en aanzetten tot regelgeving onverminderd actueel. Lezing van deze stukken levert namelijk een goed beeld van het krachtenveld rondom het pre-insolventieakkoord. Het belang van een verificatieproces, de rol van de rechter, de angst voor misbruik van de regeling, de schade die als gevolg van een faillissement optreedt, de spanning met de contractsvrijheid: al deze aspecten komen aan de orde in de discussies uit het verleden en, zoals zal blijken in de hoofdstukken 4-10, ook in het heden. In deze subparagraaf volgt een kort historisch overzicht.1