Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.3.1:6.3.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.3.1
6.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186497:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.2.5, Faber 1993, p. 93-94 en 104-131 en Scheltema 2016, p. 61.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
308. Hiervoor bleek dat het aannemelijk is om een oneigenlijk achtergestelde vorderingen te beschouwen als een vordering onder een opschortende tijdsbepaling.1 Daarom is het zinvol om dergelijke tijdsbepalingen nader te kwalificeren. Dat gebeurt in deze paragraaf.
Omdat veel achtergestelde vorderingen voortkomen uit overeenkomsten van geldlening wordt het karakter van de tijdsbepaling mede bepaald door de bijzondere eigenschappen van tijdsbepalingen opgenomen in overeenkomsten van geldlening. Bijzonder aan dergelijke tijdsbepalingen is bijvoorbeeld dat de overeenkomst van geldlening de geldlener de bevoegdheid verschaft om de vordering opeisbaar te maken door opzegging van de geldlening. Paragraaf 6.3.4 gaat in op de verhouding tussen dergelijke regelingen en een oneigenlijke achterstelling door middel van tijdsbepaling.