Rb. Limburg, 01-09-2022, nr. C/03/297747 / FA RK 21-3995
ECLI:NL:RBLIM:2022:6715
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
01-09-2022
- Zaaknummer
C/03/297747 / FA RK 21-3995
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2022:6715, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 01‑09‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBLIM:2022:746, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 01‑02‑2022; (Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
- Vindplaatsen
PFR-Updates.nl 2022-0210
Uitspraak 01‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de geslachtsvermelding in de geboorteakte in ‘X’ toe. Niet gevergd kan worden dat nog langer wordt gewacht op de wetgever. Het belang van vermelding van geslacht conform genderidentiteit weegt zwaarder dan handhaving van de huidige wettelijke regeling.
Partij(en)
Rechtbank Limburg
Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/297747 / FA RK 21-3995
Beschikking van 1 september 2022
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonend te [adres] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk.
Als belanghebbende merkt de rechtbank aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert,
hierna te noemen: de abs,
zetelend te Weert.
1. Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit het volgende:
- -
de beschikking van deze rechtbank van 1 februari 2022;
- -
de bij brief van 7 maart 2022 door mr. Smienk ingediende niet gepubliceerde (geanonimiseerde) uitspraken;
- -
de brief van 27 april 2022 van mr. Smienk met als onderwerp ‘ontwikkelingen rechtspraak’;
- -
de brief van de abs met betrekking tot de voornaamswijziging van 17 mei 2022;
- -
de nadere mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2022 en waarbij zijn verschenen:
- mr. Smienk;
- [verzoeker] , die op eigen verzoek via een videoverbinding is gehoord.
1.2.
Ter zitting is door mr. Smienk een jurisprudentie-overzicht overgelegd.
2. De beschikking van 1 februari 2022
2.1.
Bij voornoemde beschikking is de wijziging van de voornamen in de akte van geboorte van toen nog [oude voornaam] [verzoeker] , thans [voornaam] , gelast en is de beslissing op het verzoek tot wijziging van het geslacht aangehouden. De reden voor aanhouding was gelegen in het niet eenduidige beeld van de lagere rechtspraak over hoe moet worden omgegaan met verzoeken tot het wijzigen van de geboorteakte in geval van een non-binaire genderidentiteit, in combinatie met de opstelling van de wetgever.
De rechtbank Den Haag had de noodzaak gezien om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Die vragen, in combinatie met de ontwikkeling over genoemd onderwerp, maakten dat de rechtbank van oordeel was dat, in het belang van de rechtseenheid en rechtszekerheid, de beantwoording van die prejudiciële vragen afgewacht moest worden, alvorens te kunnen beslissen op het verzoek van [verzoeker] .
3. De verdere ontwikkelingen
3.1.
De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336) afgezien van het beantwoorden van de prejudiciële vragen.
3.2.
Na voormelde uitspraak van de Hoge Raad hebben diverse rechtbanken uitspraken gedaan waarbij verzoeken met betrekking tot de vermelding ‘X’ in de geboorteakte zijn toegewezen. Op 4 augustus 2022 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ook in die zin beslist (ECLI:NL:GHARL:2022:6917).
4. De nadere standpunten van partijen
4.1.
[verzoeker] heeft jurisprudentie overgelegd en verzocht zo veel mogelijk aan te sluiten bij toekomstige wetgeving en het primaire verzoek om de ‘X’ op diens geboorteakte op te nemen, toe te wijzen. Volgens [verzoeker] is sprake van een gelijke situatie als de situaties in voornoemde uitspraken.
4.2.
De abs is naar aanleiding van de door mr. Smienk ingediende brief van 27 april 2022 in de gelegenheid gesteld te reageren. De abs heeft de rechtbank telefonisch bericht geen reactie te zullen geven. Ter zitting is door mr. Smienk naar voren gebracht dat de abs haar ook heeft gebeld, om aan te geven dat geen verweer zal worden gevoerd en de abs ook niet ter zitting zal verschijnen.
4.3.
Mr. Smienk heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat de uitspraak van de Hoge Raad van 4 maart 2022 aanvankelijk geen antwoord leek te zijn. Echter, er is veel gebeurd na die betreffende uitspraak. Sindsdien is, voor zover haar bekend, geen enkele uitspraak meer gewezen waarin ‘het geslacht niet kan worden vastgesteld’, maar zijn de verzoeken om te wijzigen naar ‘X’ alle toegewezen. In die zin heeft de uitspraak van de Hoge Raad er voor gezorgd dat een eenheid is ontstaan. Als ook de rechtbank Limburg een ‘X’ toestaat, gaat zij mee in die eenheid en anticipeert zij op de wetgeving die er aan komt.
Primair wordt het verzoek gehandhaafd om te gelasten de geslachtsvermelding in de geboorteakte te wijzigen naar ‘X’ en subsidiair wordt verzocht te dit te wijzigen naar ‘het geslacht niet kan worden vastgesteld’.
4.4.
[verzoeker] heeft aangegeven dat de voornaamswijziging al erg helpend is geweest. Voor wat betreft de vermelding van een ‘X’ wordt opgemerkt dat dit dan op papier staat. Mensen zijn het wellicht niet eens met [verzoeker] , maar als het op papier staat kan die het laten zien. Het is dan bevestigd door de rechtbank en andere mensen kan hiermee getoond worden dat het realiteit is. Bovendien is het niet prettig als iets op officiële documenten staat wat niet klopt. De naam klopt, de lengte klopt, maar de vermelding van ‘M’ of ‘V’ klopt niet. Het is belangrijk dat het gevoel van [verzoeker] overeenstemt met de officiële papieren.
5. De beoordeling
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat reeds in de beschikking van 1 februari 2022 is geoordeeld dat [verzoeker] voldoende heeft aangetoond dat die volgens diens vaste overtuiging een non-binaire genderidentiteit heeft. [verzoeker] wenst de juridische werkelijkheid in overeenstemming te brengen met diens overtuiging, waartoe die verzoekt te gelasten de geslachtsvermelding in de geboorteakte te wijzigen, primair in ‘X’.
5.2.
De reden voor aanhouding van de beslissing in de beschikking van 1 februari 2022 was gelegen in het niet eenduidige beeld in de lagere rechtspraak over de mogelijkheden van wijziging, alsmede in afwachting van de beantwoording van de aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen. De Hoge Raad heeft voornoemde vragen niet beantwoord, omdat in de nabije toekomst wetgeving op dit punt te verwachten zou zijn. Wel heeft de Hoge Raad overwogen dat zolang er geen wettelijke regeling is, het aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen. Zoals ook overwogen onder 3.2. is vervolgens een eenduidig beeld in de lagere rechtspraak ontstaan, inhoudende dat een ‘X’ registratie bij geslacht mogelijk moet zijn, en heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden recent in dezelfde lijn beslist.
5.3.
De rechtbank acht het wenselijk dat non-binaire personen een geslachtsvermelding in hun geboorteakte kunnen hebben die in overeenstemming is met hun genderidentiteit, gelet op de rechten die zij kunnen ontlenen aan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een geslachtsvermelding ‘X’ zou dat mogelijk maken. Echter de wet voorziet hier nog niet in. Waar de Hoge Raad nog stelt dat in de nabije toekomst wetgeving is te verwachten, is er nu geen zicht op de termijn waarbinnen dit zal gebeuren. De rechtbank begrijpt dat het eerder op dit punt ingediende amendement na advies van de Raad van State niet wordt gehandhaafd en een zelfstandige initiatiefwet zal worden ingediend.
5.4.
[verzoeker] heeft aangetoond in de dagelijkse praktijk veel hinder te ondervinden van het verschil tussen de huidige geslachtsvermelding en diens genderidentiteit. Van [verzoeker] kan niet gevergd worden dat die nog langer wacht op de wetgever. Het belang van [verzoeker] bij het mogelijk maken van een geslachtsvermelding in de geboorteakte conform diens genderidentiteit weegt zwaarder dan het handhaven van de huidige wettelijke regeling. De rechtbank Limburg zal daarom beslissen conform de genoemde lijn in de rechtspraak, waaronder de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, en het primaire verzoek van [verzoeker] toewijzen.
6. De beslissing
De rechtbank:
6.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert om aan de geboorteakte, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Weert van het jaar 2000 met nummer 100974, een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;
6.2.
verzoekt de griffier om niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert op voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.M..I.A. Bregonje (voorzitter), mr. M.E. Salemans-Wijnen en mr. L. Geerman, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van L. Reijnders-Verlinden, griffier op 1 september 2022. | ||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. | ||
Uitspraak 01‑02‑2022
Inhoudsindicatie
Belanghebbende stelt zich niet te identificeren in de binaire gendercategorieën en voelt zich beter bij een andere, non-binaire, genderidentiteit. Belanghebbende verzoekt daarom de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten een vermelding aan de geboorteakte toe te voegen van verbetering van het geslacht in “is niet kunnen worden vastgesteld, dan wel verbetering van het geslacht in ‘X’. Tevens een verzoek tot voornaamswijziging. De beslissing omtrent de wijziging van de geboorteakte is aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad.
Partij(en)
Rechtbank Limburg
Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/297747 / FA RK 21-3995
Beschikking van 1 februari 2022
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk.
1. Het verloop van de procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- -
het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 19 oktober 2021;
- -
de brief van de Gemeente [woonplaats] , binnengekomen bij de rechtbank op 2 december 2021;
- -
de mondelinge behandeling op 11 januari 2022 waarbij zijn verschenen:
- [verzoeker] , bijgestaan door mr. Smienk.
2. Ter toelichting
De rechtbank stelt voorop dat, conform het verzoek van [verzoeker] , in deze beschikking naar [verzoeker] overeenkomstig diens opgegeven voorkeur wordt verwezen met als voornaamwoord ‘die’ en als bezittelijk voornaamwoord ‘diens’.
3. Het verzoek
3.1.
Het verzoekschrift, met producties, strekt er primair toe dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] zal gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van verbetering van het geslacht in die zin dat het geslacht “is niet kunnen worden vastgesteld” zal zijn. Daarbij verzoekt [verzoeker] de rechtbank te bepalen dat diens voornaam wordt gewijzigd in de voornamen [naam] en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] te gelasten deze wijziging aan de geboorteakte van [verzoeker] in het register van de gemeente [woonplaats] toe te voegen.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] te gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht “X“ zal zijn en te bepalen dat de voornaam van [verzoeker] gewijzigd wordt in de voornaam [naam] en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] te gelasten deze wijziging aan de geboorteakte van [verzoeker] in het register van de gemeente [woonplaats] toe te voegen.
Ter zitting heeft [verzoeker] diens verzoeken in die zin gewijzigd dat primair wordt gevraagd aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van verbetering van het geslacht in die zin dat het geslacht “X” zal zijn, zonder dat een deskundigenverklaring in de zin van artikel 1:28a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wordt overgelegd. Tevens heeft [verzoeker] het verzoek ten aanzien van de naamswijziging gewijzigd zodat het primaire verzoek nu luidt de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in de voornamen [naam] en deze wijziging aan de geboorteakte toe te voegen. De eerder ingediende verzoeken worden subsidiair aan de gewijzigde verzoeken.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte heeft [verzoeker] gesteld zich niet te identificeren in de binaire gendercategorieën man of vrouw en zich beter te voelen bij een andere, non-binaire, genderidentiteit. Bij [verzoeker] is de diagnose genderdysforie vastgesteld door klinisch psycholoog J. Roeffen. De voorkeur om tot het andere geslacht te horen is bij [verzoeker] minder nadrukkelijk aanwezig, waardoor het Roeffen meer passend lijkt om bij [verzoeker] te spreken over een non-binaire genderidentiteit.
Volgens de geboorteakte behoort [verzoeker] tot het mannelijk geslacht (zoon van) maar dit komt niet overeen met de genderbeleving van [verzoeker] , die zich noch als man noch als vrouw identificeert. De geslachtsaanduiding “mannelijk” leidt ertoe dat [verzoeker] op officiële documenten als man wordt vermeld. Hierdoor wordt [verzoeker] steeds geconfronteerd met de in diens ogen verkeerde geslachtsaanduiding en hier heeft [verzoeker] last van. Als het verzoek wordt toegewezen, kan [verzoeker] op diens identiteitskaart een “X” laten opnemen, zodat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de genderbeleving van [verzoeker] en diens sociale en dagelijkse werkelijkheid. [verzoeker] verwijst daarbij naar uitspraken van diverse rechtbanken in vergelijkbare situaties.
Voor [verzoeker] is met name van belang dat bij de geslachtsaanduiding een “X” wordt vermeld in officiële documenten. Ter zitting heeft [verzoeker] zijn primair ingediende verzoek dan ook gewijzigd. In de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2021 (ECLI:NL:AMS:2021:3732) is aangesloten bij de artikelen 1:28a-c BW om de geboorteakte te verbeteren middels wijziging van het geslacht in “X”. Echter, op grond van artikel 1:28a BW zou een deskundigenverklaring moeten worden overgelegd. [verzoeker] wenst een dergelijke deskundigenverklaring niet te overleggen. Enerzijds wringt deze eis in zijn ogen met de maatschappelijke ontwikkelingen en anderzijds is een dergelijke verklaring erg kostbaar. Mocht de rechtbank dit primaire verzoek afwijzen, dan verzoekt [verzoeker] de rechtbank om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van verbetering van het geslacht in die zin dat het geslacht wordt “is niet kunnen worden vastgesteld”, op grond van artikel 1:19d jo. 1:24 BW.
Ook al is de wijziging van het geregistreerde geslacht in de geboorteakte in een “X” of de zin “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld” wettelijk nog niet mogelijk, de jurisprudentie laat zien dat afwijzing van het verzoek van [verzoeker] strijdig is met artikel8 EVRM. Het individuele belang van [verzoeker] weegt zwaarder dan het algemeen belang bij handhaving van de huidige wettelijke regeling. Dit wordt mede ondersteund door de ontwerpresolutie van het Europees parlement over de rechten van interseksuele personen, uitspraken van buitenlandse rechtbanken en de op 1 november 2019 in werking getreden Wet verduidelijking rechtspositie transgender personen en intersekse personen.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren op sociaal niveau een groep om zich heen gebouwd die [verzoeker] accepteren voor wie die is, maar [verzoeker] wordt dagelijks geconfronteerd met diens genderdysforie en heeft hier steeds meer last van. In de huidige tijd wordt [verzoeker] ook steeds geconfronteerd met diens genderdysforie als die in het kader van de coronamaatregelen diens ID moet laten zien.
Voor [verzoeker] werd het rond diens puberteit duidelijk dat diens geslacht niet bij diens gevoel paste. Vervolgens is een lange weg naar zelfacceptatie gevolgd. [verzoeker] is in transitie. Dit bevindt zich echter nog in een vroeg stadium waarin wordt gekeken welke medische veranderingen zullen worden ondergaan.
3.3.
Wat betreft de wijziging van diens voornaam stelt [verzoeker] het volgende. Er is een zwaarwegend belang voor [verzoeker] om diens voornaam te wijzigen. De voornaam [verzoeker] wordt door [verzoeker] in de praktijk niet gebruikt. In het dagelijks leven gebruikt [verzoeker] de voornamen [naam] , met als roepnaam [naam] , omdat deze genderneutraal zijn en bij [verzoeker] passen. Op officiële documenten kan [verzoeker] deze voornamen echter niet voeren. Desgevraagd vindt [verzoeker] het wijzigen van diens naam nog belangrijker dan het wijzigen van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte. Vaak is het mogelijk de geregistreerde naam zelf te wijzigen, maar dit is niet mogelijk bij officiële instanties zoals bijvoorbeeld een bank.
De door [verzoeker] gewenste namen hebben allen een persoonlijke betekenis. [verzoeker] is trots op de gekozen namen en vindt deze goed bij die passen. De latere toevoeging aan het ingediende verzoek van de naam [naam] heeft te maken met een gesprek dat [verzoeker] met diens ouders heeft gehad. Zij vinden de naam [naam] mooi. Nu de opa van [verzoeker] altijd een vogel schilderde als er een nieuw familielid bij kwam, en dat ook voor [verzoeker] heeft gedaan, vindt [verzoeker] de naam ook passen bij het proces waar die mee bezig is.
4. De vaststellingen en overwegingen
4.1.
Het verzoekschrift, met producties, strekt ertoe dat de rechtbank de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte van [verzoeker] en de wijziging van diens voornamen zal gelasten.
4.2.
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken.
4.3.
Voor de toewijsbaarheid van het verzoek verwijst [verzoeker] naar de jurisprudentie op dit gebied waarin verschillende rechtbanken toestemming aan rechtzoekenden hebben gegeven tot het laten opstellen van een geboorteakte waarin onder geslacht werd vermeld “X” dan wel “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld”. Volgens [verzoeker] is sprake van een gelijkwaardige situatie als in de situaties in de vermelde uitspraken.
4.4.
De rechtbank begrijpt dat [verzoeker] zich identificeert als non-binair, in die zin dat die zich niet uitgesproken mannelijk of vrouwelijk voelt. Dit wordt bevestigd door de overgelegde diagnose van klinisch psycholoog Roeffen. [verzoeker] ontdekte dat die met diens genderbeleving worstelde toen die in 2014 een “transman” ontmoette. [verzoeker] is reeds enige jaren bezig met een proces van zelfacceptatie en heeft hiervoor ook gesprekken met een coach. Deze coach bevestigt dat [verzoeker] in de afgelopen jaren bewuste en goed doordachte stappen heeft gezet in dit proces en in het aan de buitenwereld kenbaar maken van de non-binaire genderidentiteit. Het verzoek aan de rechtbank is een logische en belangrijke vervolgstap. Gelet op hetgeen [verzoeker] onweersproken naar voren heeft gebracht, heeft [verzoeker] voldoende aangetoond dat die volgens diens vaste overtuiging een non-binaire genderidentiteit heeft. Tevens acht de rechtbank zeer aannemelijk dat [verzoeker] , zeker in de huidige tijd, veelvuldig wordt geconfronteerd met diens genderdysforie vanwege een formele aanduiding die niet in overeenstemming is met diens genderidentiteit.
4.5.
Voor het verzoek van [verzoeker] is echter geen wettelijke basis aanwezig. Op grond van artikel 1:19d BW is het mogelijk om – in het geval het geslacht van het kind (om medische / lichamelijke redenen) twijfelachtig is – in de geboorteakte de vermelding op te nemen dat het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.
Sinds 1993 bestaat voor kinderen met (kenbare) ambivalente geslachtskenmerken (intersekse conditie/DSD) de mogelijkheid een voorlopige akte op te maken waarop wordt vermeld dat het geslacht nog niet kon worden vastgesteld. Na uiterlijk drie maanden wordt een definitieve akte opgemaakt waarop bij geslacht mannelijk of vrouwelijk wordt ingevuld, tenzij het geslacht dan nog steeds niet kan worden bepaald. Het is dus mogelijk dat mensen die in Nederland zijn geboren wettelijk gezien geen man of vrouw zijn. Zij krijgen bij de vermelding van het geslacht een “X” in hun paspoort.
Voor mensen die fysiek wél aan de (medische) normen voor man of vrouw voldoen, maar zich niet thuis voelen in het hun toegekende geslacht (transgenders) is er de
mogelijkheid om het geslacht te veranderen van man naar vrouw of andersom (art. 1:28 e.v. BW).
Hiervan is bij [verzoeker] geen sprake. [verzoeker] is in diens persoonlijke beleving non-binair. De huidige wettelijke bepalingen voorzien niet in de mogelijkheid om de geboorteakte van [verzoeker] alsnog in overeenstemming te brengen met de genderbeleving van [verzoeker] .
Volgens vaste jurisprudentie kan uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) een positieve verplichting voor de staat voortvloeien om de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan het geslacht waartoe de betrokkene volgens diens vaste overtuiging behoort. Het is aan de nationale staten gelaten binnen hun “margin of appreciation” te beslissen of, en zo ja, op welke wijze de wettelijke regeling inzake de geslachtsaanduiding in de geboorteakte moet voorzien. Daarbij dient rekening te worden gehouden met een juist evenwicht tussen het algemeen belang en het individuele belang. Er moet sprake zijn van een “fair balance”.
Zoals ook gesteld door [verzoeker] hebben rechtbanken zich, sinds de uitspraak van rechtbank Limburg van 28 mei 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:4931), meerdere keren uitgelaten over de vraag of in vergelijkbare gevallen het geslacht in de geboorteakte kon worden aangepast in “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld”. De gemene deler van deze uitspraken is, kort gezegd, dat (vrijwel alle) rechtbanken de verzoeken toewijzen. Bij gebrek aan een wettelijke mogelijkheid, verwijzen de rechtbanken naar artikel 8 EVRM en maatschappelijke ontwikkelingen in het binnen- en buitenland. De rechtbanken sluiten daarbij veelal aan bij de mogelijkheid die artikel 1:19d van het BW biedt om de geboorteakte aan te passen in die zin dat wordt opgenomen: “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld”. In haar uitspraak van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:3732) heeft rechtbank Amsterdam zich echter op het standpunt gesteld dat analoge toepassing van 1:19d BW niet mogelijk is. Dit artikel ziet op een na de geboorte fysiek twijfelachtige situatie en niet op een non-binaire genderidentiteit. Rechtbank Amsterdam is van oordeel dat het in de betreffende zaak ingediende verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte moest worden benaderd conform de artikelen 1:28a-c BW. Deze artikelen zijn van toepassing op mensen van zestien jaar en ouder die de – door een deskundige getoetste en onderschreven – overtuiging hebben tot “het andere geslacht” te behoren. Onder verwijzing naar de Algemene wet gelijke behandeling ter nadere invulling van het verbod om ongeoorloofd onderscheid te maken op grond van geslacht (Staatsblad 2019, 302, in werking getreden op 1 november 2019), heeft de rechtbank Amsterdam de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast, op grond van artikel 1:28b jo. 1: 28a BW een latere vermelding aan de geboorteakte toe te voegen van wijziging van het geslacht, waarbij het gewijzigde, non-binaire, geslacht zal worden aangeduid met “X”.
Ondanks de ontwikkelingen in de jurisprudentie sinds 2018, heeft de wetgever nog geen mogelijkheid gecreëerd voor mensen met een non-binaire genderbeleving de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen. De wetgever heeft uitdrukkelijk gesteld de ontwikkelingen ten aanzien van non-binaire personen eerst te willen afwachten, alvorens tot een wetswijziging over te gaan.1.Momenteel is een wetsvoorstel aanhangig tot wijziging van Boek 1 BW in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte (hierna: wetsvoorstel). Volgens de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel ziet dit echter uitdrukkelijk niet op non-binaire personen. Op het wetsvoorstel is een amendement voorgesteld, dat voorziet in de mogelijkheid de geslachtsregistratie te wijzigen in “X” zonder tussenkomst van de rechter.2.Omdat dit amendement in de ogen van het kabinet een substantiële uitbreiding van het wetsvoorstel omvat, heeft zij het amendement voor een zienswijze voorgelegd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken en de Staatscommissie Internationaal Privaatrecht. Het amendement zal tevens voor advies worden voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.3.
Rechtbank Noord-Nederland heeft een verzoek tot het verbeteren van de geboorteakte ten aanzien van het geslacht afgewezen (ECLI:NL:RBNNE:2021:3179) omdat de huidige wettelijke bepalingen niet voorzien in de mogelijkheid de geboorteakte in overeenstemming te brengen met een non-binaire genderbeleving. Nu er nog geen Europese wetgeving is die betrekking heeft op de bescherming van een derde genderaanduiding, geen Europese jurisprudentie die hierop ziet en de Nederlandse wetgever recent (in voornoemd wetsvoorstel) de bewuste en weloverwogen keuze heeft gemaakt hiervoor nog geen wetgeving te maken, vindt rechtbank Noord-Nederland dat het niet aan haar is de wetgever niet te volgen.
Nu de lagere rechtspraak geen eenduidig beeld geeft over hoe moet worden omgegaan met verzoeken tot het wijzigen van de geboorteakte in het geval van een non-binaire genderidentiteit, in combinatie met de opstelling van de wetgever, heeft de rechtbank Den Haag in haar uitspraak van 17 december 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:13948) de noodzaak gezien prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad.
Gelet op de prejudiciële vragen die aan de Hoge Raad zijn gesteld, in combinatie met de genoemde ontwikkelingen over dit onderwerp, is de rechtbank van oordeel dat in het belang van de rechtseenheid en rechtszekerheid de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad moet worden afgewacht voordat op het verzoek van [verzoeker] kan worden beslist. De rechtbank zal de beslissing op het verzoek van [verzoeker] dan ook aanhouden voor een termijn van (pro forma) negen maanden.
Voornaamswijziging
4.6.
Ten aanzien van de verzochte voornaamswijziging is aangevoerd dat [verzoeker] al enige tijd als [naam] wordt aangesproken. [verzoeker] gebruikt al lange tijd niet meer de naam [verzoeker] en diens identiteit wordt niet aan die naam ontleend. De overige door [verzoeker] gewenste namen, zijnde [naam] , hebben allen een speciale betekenis voor [verzoeker] in het kader van diens pad naar zelfacceptatie en [verzoeker] identificeert zich hiermee.
4.7.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat voor [verzoeker] voldoende zwaarwichtig belang bestaat bij toewijzing van het verzoek. De verzochte namen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet ongepast.
4.8.
Het verzoek zal derhalve als op de wet gegrond, en naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2, BW geoorloofd, worden toegewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
5.1.
houdt aan de beslissing op het verzoek tot wijziging van het mannelijk geslacht in de akte van geboorte van de gemeente [woonplaats] van het jaar [jaartal] met nummer [nummer] tot1 oktober 2022 (pro forma), waarna de rechtbank [verzoeker] nader zal informeren;
5.2.
gelast de wijziging van de voornamen in de akte van geboorte van de gemeente [woonplaats] van het jaar [jaartal] met nummer [nummer] van [verzoeker] in [naam]
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Minkenberg, mr. L.M.I.A. Bregonje enmr. L. Bastiaans, rechters en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid vanmr. C.J. de Looff-Pranger, griffier op 1 februari 2022. | ||
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. | ||
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 01‑02‑2022