Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.3
5.3 DE TOTSTANDKOMINGPROCEDURE VOOR BEHEERPLANNEN
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS447397:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 19a, lid 6 jo. art. 19b, lid 4 Nbw 1998.
Navraag bij de projectleiders van de betrokken beheerplannen heeft geen extra infor-matie opgeleverd.
Deze informatie is afkomstig van de projectleiders van de genoemde beheerplannen.
Art. 19a, lid 5 jo. art. 19b, lid 4 Nbw 1998.
Nota van Antwoord Voordelta (definitieve versie, d.d. 16 juli 2008), p. 17-22.
Nota van beantwoording Broekvelden, Vettenbroek en polder Stein, p. 1 en Nota van beantwoording Oudeland van Strijen, p. 1.
Nota van antwoord Voordelta, p. 8.
Nota van antwoord Voordelta, p. 8.
Dit blijkt uit een vergelijking tussen de personen en instanties die betrokken waren bij de totstandkoming van het beheer en de indieners van de zienswijzen.
Nota van beantwoording Oudeland van Strijen, p. 7.
Nota van beantwoording Broekvelden, Vettenbroek en polder Stein, p. 4. Het is onduidelijk op welke manier de naleving van deze regels kan worden afgedwongen.
Nota van antwoord Voordelta, p. 15. In dat verband rijst wel de vraag op welke manier deze regels kunnen worden gehandhaafd.
Nota van antwoord Voordelta, p. 19.
In paragraaf 3.6 van dit boek is uiteengezet dat deze termijn voor een groot aantal aangewezen Natura 2000-gebieden wel is overschreden. Een overzicht van de stand van zaken is te vinden in tabel 1.
Onderzoeksvraag 1.1: Wie zijn betrokken geweest bij het vaststellen van het beheerplan?
Bij de voorbereiding van een beheerplan is het bevoegd gezag verplicht om te overleggen met de gemeenten en de waterschappen op het grondgebied waarop het beheerplan betrekking heeft.1 Bij de vaststelling van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden Broekvelden, het Oudeland van Strijen en de Voordelta is aan deze verplichting voldaan. In de praktijk is een veel groter aantal organisaties dan wettelijk voorgeschreven betrokken geweest bij de vaststelling van de beheerplannen. Een goed voorbeeld hiervan vormt het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Broekvelden:
Bij de voorbereiding van het beheerplan voor dit gebied is niet alleen overlegd met de gemeente Reeuwijk (later de gemeente Bodegraven-Reeuwijk) en het Hoogheemraadschap van Rijnland. De opstellers van het beheerplan werden ondersteund door een adviesgroep. In deze adviesgroep hadden naast het bevoegd gezag en de genoemde gemeente en waterschap ook LTO-noord, KNNV, Agrarische natuurvereniging Lange Ruige Weide, Visserijpool, Keep Smiling Diving, Wind Surf Club Reeuwijk, een vertegenwoordiger agrarische onderneming De Goeij, Prorail, Natuur- en recreatieschap Zuid Holland, Kamer van Koophandel, de Gouden Peddel en Stichting Werkgroep Reeuwijks Plassengebied zitting.
De ruime kring van betrokken organisaties en personen bij de vaststelling van de beheerplannen laat zich verklaren door het zoeken naar voldoende draagvlak in het gebied waar het Natura 2000-gebied is gelegen. Het valt op dat in alle beheerplannen betrekkelijk weinig informatie is te vinden over de invulling van de overlegplicht. In de plannen ontbreekt informatie met betrekking tot het verloop van het overleg tussen de verschillende overheden en andere organisaties. Het is evenmin duidelijk of het overleg heeft geleid tot (belangrijke) aanpassingen van het beheerplan.2
Onderzoeksvraag 1.2: Hoe lang heeft de totale procedure voor het vaststellen van het beheerplan (incl. de concept- en ontwerpversie) geduurd?
De vaststellingsprocedure voor de beheerplannen van de Natura 2000-gebieden Broekvelden, Oudeland van Strijen en de Voordelta hebben respectievelijk 31, 21 en 31 maanden in beslag genomen.3
Onderzoeksvraag 1.3a: Zijn er zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-beheerplan? Zo ja, hoeveel?
Op de voorbereiding van een beheerplan is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.4 Een zienswijze is een reactie van een persoon en/of een instantie op een (onder)deel van het ontwerpbeheerplan. Tegen alle vastgestelde beheerplannen zijn zienswijzen ingediend. Een overzicht hiervan is te vinden in Tabel 3 (zie Tabel 3 aan het einde van dit hoofdstuk).
Bij de ontwerp-beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden Broekvelden en het Oudeland van Strijen is het aantal ingediende zienswijzen gelijk aan het aantal insprekers. Bij het beheerplan voor de Voordelta is het aantal insprekers veel groter dan het aantal ingediende zienswijzen omdat een aantal zienswijzen zijn ingediend door meerdere personen. Het aantal reacties naar onderwerp (115) is groter dan het aantal ingediende zienswijzen (61) omdat zienswijzen in de regel betrekking hebben op meerdere onderwerpen. De onderverdeling in de tabel is overgenomen uit de nota’s van antwoord en betreft een indeling in hoofdcategorieën. De genoemde categorieën hebben vervolgens betrekking op een groot aantal afzonderlijke onderwerpen:
Een goed voorbeeld vormt de categorie visserij in de Nota van antwoord voor het beheerplan van het Natura 2000-gebied Voordelta. De ingediende zienswijzen hebben betrekking op: instandhouding habitattype 1110B, Bollen van Ooster en Bollen van het Nieuwe Zand, natuurbeschermingswetvergunning, passende beoordeling, staand want en zegen, maatregelen, buitenlandse schepen, toename ensisvisserij, verplaatsing visserij, duurzame visserij, schelpdiervisserij, vissen vanuit de haven en grens bodembeschermingsgebied ten zuidwesten van Maasvlakte 2.5
Voor de beheerplannen Broekvelden, en Oudeland van Strijen zijn relatief weinig zienswijzen ingediend (respectievelijk 7 en 11).6 Uitgesplitst naar onderwerp is sprake van 11, respectievelijk 18 reacties op verschillende aspecten van de ontwerp-beheerplannen. Bij het beheerplan Oudeland van Strijen heeft het grootste deel van de reacties (15 van de 18) betrekking op de kartbaan, de landbouw en jacht, populatiebeheer en schadebestrijding. Bij het beheerplan Broekvelden springen er geen onderwerpen uit. Tegen de ontwerpversie van het beheerplan Voordelta zijn in totaal 43 zienswijzen ingediend.7 Bijna de helft van de reacties (39 van de 86) heeft betrekking op de (voorgenomen) beperking van de recreatie en de visserij ten behoeve van de bescherming van de natuur en de wijze waarop de passende beoordeling is opgesteld.8 Het grotere aantal zienswijzen (en reacties) op het beheerplan Voordelta lijkt verklaarbaar door een combinatie van factoren: de omvang van dit Natura 2000-gebied, de intensieve recreatie ter plaatse, en de grote economische belangen in en in de nabijheid van de Rotterdamse haven. Een nadere analyse van de insprekers wijst uit dat de zienswijzen bij alle ontwerp-beheerplannen voornamelijk zijn ingediend door organisaties en burgers die niet rechtstreeks bij het vaststellen van het beheerplan waren betrokken.9
Onderzoeksvraag 1.3b: Heeft dit geleid tot wijzigingen van het ontwerp-beheerplan? Zo ja, welke?
In totaal zijn door 100 insprekers bij het bevoegd gezag 115 reacties ingediend met betrekking tot verschillende onderdelen van de ontwerp-beheerplannen voor Broekvelden, Oudeland van Strijen en de Voordelta. In de meeste gevallen, namelijk bij 81 van de 115 reacties (70%), heeft dit niet geleid tot wijzigingen van de ontwerp-beheerplannen. Het percentage niet-gehonoreerde reacties verschilt per beheerplan: Broekvelden (54%), Oudeland van Strijen (61%) en de Voordelta (74%). Hieruit volgt dat 34 van de 115 reacties (30%) wel hebben geleid tot wijzigingen in de concept-beheerplannen. Bij de beheerplannen voor Broekvelden en het Oudeland van Strijen betreft het alleen aanscherpingen van de oorspronkelijke tekst in de ontwerp- beheerplannen:
In het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen zijn op basis van de ingediende zienswijzen een aantal verduidelijkingen aangebracht. Het ontwerp-beheerplan bevat een beschrijving van het huidige agrarisch gebruik. In de definitieve versie van het beheerplan is daar aan toegevoegd dat het onderhouden en vervangen van drainages en greppels valt onder dat huidige agrarisch gebruik.10In het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Broekvelden wordt ‘in tabel 7-7 de kleine luchtvaart toegevoegd als een type bestaand gebruik dat expliciet wordt getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein. Onder effectbeoordeling wordt als voorwaarde opgenomen dat laag vliegen boven Natura 2000-gebieden vermeden dient te worden, en indien dit onvermijdelijk is, dat boven Natura 2000-gebieden een minimale hoogte van 1.000 ft wordt aangehouden. De randvoorwaarde geldt niet bij calamiteiten of voor hulpdiensten. Deze formulering sluit aan bij de reeds in het ontwerpbeheerplan opgenomen conclusies dat ten aanzien van kleine luchtvaart en ballonvaren er geen negatieve effecten zijn’.11
De zienswijzen die zijn ingediend tegen het beheerplan voor de Voordelta hebben veelal ook geleid tot aanscherpingen van de bestaande tekst. In een aantal gevallen is het ontwerp-beheerplan ook op inhoudelijke punten aangepast:
In het ontwerp-beheerplan Voordelta vielen kanotochten onder de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998. In het definitieve beheerplan is dit niet het geval en worden de kanotochten gereguleerd met behulp van regels in het beheerplan.12 Een ander voorbeeld is te vinden op p. 19 van de Nota van Antwoord.‘Naar aanleiding van zienswijzen is nader bezien of op basis van onderzoeksresultaten een aantal vormen van visserij in het beheerplan kon worden vrijgesteld van vergunningplicht. Ten aanzien van boomkorvisserij met minder dan 260 pk, bordenvisserij en visserij met staand want, zegen, korven en fuiken is geconcludeerd dat deze in bepaalde delen van de Voordelta onder in het definitieve beheerplan geformuleerde voorwaarden kunnen worden toegestaan. Voor de genoemde visserijvormen die onder deze voorwaarden worden uitgevoerd, geldt de uitzondering uit artikel 19d lid 2 Nb-wet 1998’.13
Onderzoeksvraag 1.4: Is het beheerplan binnen de wettelijke termijn van artikel 19a, zevende lid Nbw 1998 vastgesteld?
In artikel 19a, zevende lid Nbw 1998 is bepaald dat een beheerplan uiterlijk drie jaar na dagtekening van het aanwijzingsbesluit voor het betrokken Natura 2000-gebied wordt vastgesteld. De beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden Broekvelden, Oudeland van Strijen en de Voordelta zijn allemaal binnen deze termijn vastgesteld. Hierbij moet worden aangetekend dat op een eventuele overtreding van dit voorschrift geen sanctie is gesteld.14