BNB 2026/43
Onroerendezaaklichaam. Toerekening belang in werkmaatschappijen
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:202, m.nt. P.G.H. Albert
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij; A-G Wattel
- Zaaknummer
25/01387
- Noot
P.G.H. Albert
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD48507:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:HR:2026:202, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1146, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
- Wetingang
Art. 4 lid 4 onderdeel a Wet BRV
Essentie
Onroerendezaaklichaam. Toerekening belang in werkmaatschappijen
Samenvatting
A en B houden tezamen middellijk alle aandelen in belanghebbende. Belanghebbende is eind 2022 tot stand gebracht bij gelegenheid van een afsplitsing. Daarbij heeft zij alle aandelen in vier onroerendgoed-BV’s verkregen. Drie van deze BV’s houden elk een belang van 5% in een werkmaatschappij en verhuren hun onroerende zaken aan die werkmaatschappij. De resterende 95% van het belang in die drie werkmaatschappijen is middellijk in handen van de zonen van A en B. Belanghebbende bestrijdt de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting voor zover het gaat om de verkrijging van aandelen in de drie BV’s die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.