NJB 2024/2601
Door de verdediging gedane verzoeken tot het horen van getuigen en het opmaken van een aanvullend proces-verbaal van bevindingen in verband met de bruikbaarheid van een OVC-gesprek voor de beantwoording van de vragen van art. 350 Sv: dergelijke getuigenverzoeken moeten door de verdediging worden gemotiveerd, aangezien die verzoeken zien op het horen van personen die kunnen verklaren over de verrichtingen die met betrekking tot het OVCgesprek zijn gedaan en de wijze waarop die verrichtingen zijn verlopen, terwijl het bij deze verzoeken niet gaat om het horen van een getuige over een door deze persoon afgelegde verklaring zoals die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt, zoals bedoeld in HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576. Verzoek tot het horen van personen die als referent hebben meegewerkt aan het onderzoek van het Pieter Baan Centrum: het hof kon dit verzoek in casu afwijzen op de grond dat de verdediging heeft nagelaten nader te onderbouwen op welke punten de referenten onjuiste informatie zouden hebben verschaft of waaruit de gestelde onjuistheden zouden bestaan of blijken. Getuigenverzoek gedaan op de terechtzitting, art. 287 lid 3, aanhef en onder a, Sv jo 415 lid 1 Sv: ook wanneer het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op een latere zitting opnieuw is aangevangen in verband met een gewijzigde samenstelling van het hof, kan gelet op art. 322 lid 4 Sv in cassatie worden geklaagd over de beslissing van het hof die op de eerdere terechtzitting in hoger beroep is genomen waarbij het verzoek is afgewezen. In zo’n situatie brengt de enkele omstandigheid dat de verdediging, na de op de terechtzitting gegeven beslissing, dat verzoek niet heeft herhaald op een volgende terechtzitting, niet met zich dat het belang bij een klacht over die afwijzing ontbreekt. Onder omstandigheden kan het belang bij een klacht in cassatie wel ontbreken.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1739
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/01524
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1739, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:713, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Door de verdediging gedane verzoeken tot het horen van getuigen en het opmaken van een aanvullend proces-verbaal van bevindingen in verband met de bruikbaarheid van een OVC-gesprek voor de beantwoording van de vragen van art. 350 Sv: dergelijke getuigenverzoeken moeten door de verdediging worden gemotiveerd, aangezien die verzoeken zien op het horen van personen die kunnen verklaren over de verrichtingen die met betrekking tot het OVCgesprek zijn gedaan en de wijze waarop die verrichtingen zijn verlopen, terwijl het bij deze verzoeken niet gaat om het horen van een getuige over een door deze persoon afgelegde verklaring zoals ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.