Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/20.2.3:20.2.3 Onderwerpen waarbij het begrip van godsdienst deels geassocieerd kan worden met het accommodationistische ideaaltype en deels met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/20.2.3
20.2.3 Onderwerpen waarbij het begrip van godsdienst deels geassocieerd kan worden met het accommodationistische ideaaltype en deels met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS451616:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
(1) Kwalificatie van kleding en omgangsvormen als uiting van godsdienst kan zowel worden geassocieerd met het accommodationistische ideaaltype als het ideaaltype van liberaal gezindtepluralisme. De wijze waarop over het algemeen in de recente wetgeving, de EHRM-jurisprudentie, de nationale rechtspraak en de CGB-oordelen de boerka en andere kledij, symbolen en omgangsvormen worden gekwalificeerd past bij een accommodationistisch perspectief. Men accommodeert religieuze pluriformiteit doordat men bij de beantwoording van de vraag wat telt als godsdienst(ig) de verklaring van de justitiabele als uitgangspunt neemt. Soms wordt hierop echter een voorbehoud gemaakt. Zowel in de jurisprudentie van het EHRM, de nationale rechter en van de CGB vinden we zaken waarin als voorwaarde wordt gesteld dat uitingen en gedragingen niet een louter individueel karakter mogen hebben. Waarom dit voorbehoud in de jurisprudentie wordt gemaakt wordt niet geëxpliciteerd. Zoals naar voren is gebracht zijn belangrijke religieuze hervormers individuen met een geheel eigen visie. De vraag is dan ook of het beperken van het juridische begrip van godsdienst tot een kenbare collectieve aangelegenheid wel recht doet aan de aard van het fenomeen godsdienst. De reden waarom in de jurisprudentie een louter individueel begrip van godsdienst lijkt te worden uitgesloten is vermoedelijk vanwege de vrees dat het recht anders onhanteerbaar wordt. Vanuit een meer politiek-filosofisch perspectief past deze benadering bij het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. Men is tolerant ten aanzien van traditionele gevestigde religies, maar minder voor atypische, singuliere en exotische overtuigingen.
(2) Ook de kwalificatie van de rituele slacht in de nationale wetgeving kan deels in verband worden gebracht met het accommodationistische ideaaltype en deels met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. De wetgever heeft in zijn kwalificatie van rituele slacht een ontwikkeling doorgemaakt van een essentialistische kwalificatie van rituele slacht, enkel voorbehouden aan de joden, naar een benadering die past bij het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme door alleen de rituele slacht van de aanhangers van de erkende godsdiensten: jodendom en de islam te erkennen, om uiteindelijk bij een accommodationistische benadering uit te komen waarin uitzonderingsbepalingen voor rituele slacht in beginsel ook gelden voor aanhangers van andere religies dan de joodse of de islamitische. Deze benadering ligt ook ten grondslag te liggen aan de hedendaagse EU-wetgeving.
Het feit dat het kabinet in 2012 slechts met de joodse en islamitische gemeenschap een convenant heeft afgesloten past meer bij het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. Men gaat dan immers uit van de gevestigde herkenbare godsdiensten. Dit geldt ook voor de Raad van Europa en het EHRM. Zij duiden rituele slacht als een gemeenschappelijke handeling die gebonden is aan de algemene norm die geldt voor de gemeenschap. Joodse rituele slacht is volgens het EHRM de rituele slacht die voldoet aan de criteria zoals die door de meerderheidsorganisatie van de joden is opgesteld.
(3) Ten slotte kan het begrip van godsdienst dat ten grondslag ligt aan het asielrecht zowel met het accommodationistische ideaaltype als het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme worden geassocieerd. In het asielrecht gaan de wet- en regelgever en het HvJEU uit van een breed begrip van godsdienst. Dit brede begrip van godsdienst past bij een perspectief op neutraliteit zoals dat wordt verdedigd in het accommodationistische ideaaltype. De meer objectiverende kwalificatiewijze zoals die werd gebruikt door bestuursorganen en de rechter bij de beoordeling van de overtuiging en praxis van een vreemdeling, getuigt minder van een accommodationistisch ideaaltype. Het gebruik van een geobjectiveerd beeld van godsdienst bij het onderzoek naar de geloofsovertuiging van de asielzoeker veronderstelt dat er minder ruimte is voor excentrieke, eigenzinnige geloofsopvattingen. Daarmee kunnen we het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme associëren. Teneinde grip te houden op het verlenen van verblijfsvergunningen is het referentiekader vooral beperkt tot de bekende en traditionele godsdiensten. Met deze kwalificatiewijze worden asielzoekers die zich baseren op traditionele en bekende godsdiensten bevoordeeld.
De meer objectiverende kwalificatiewijze die ten grondslag ligt aan de kernrechtbenadering in de Nederlandse en EHRM-jurisprudentie over de vervolgingsgrond godsdienst, kan men ook in verband brengen met ideaaltype van het liberaal-gezindtepluralisme. De kernrechtbenadering veronderstelt dat zolang het privédomein maar gevrijwaard blijft van overheidsbemoeienis de essentie van het grondrecht gewaarborgd blijft. Hieraan ligt een perspectief op godsdienst ten grondslag dat de gevestigde traditionele godsdiensten bevoordeelt. Bij veel van die godsdiensten vinden immers de belangrijkste uitingen en gedragingen (eredienst, bidden etc.) plaats in de privésfeer.
Het subjectieve godsdienstbegrip van het HvJEU druist in tegen een opsplitsing van godsdienstbeleving in een forum internum en een forum externum. Het zoekt aansluiting bij de definitie van de Uniewetgever en stelt dat godsdienst als vervolgingsgrond alle vormen van godsdienstuitoefening dekt ongeacht of die plaatsvinden in het privé of het publieke domein. Sinds de uitspraak van het HvJEU lijkt het asielrecht in toenemende mate in verband te kunnen worden gebracht met het accommodationistische ideaaltype, wat zichtbaar wordt in het nationale beleid en de rechtspraak hierover.