Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.3.3
2.3.3 Uitleg en transparantiebeginsel
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS497221:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Soms vloeien uitleg en toetsing aan de open norm samen. Dit is het geval wanneer de redelijke verwachtingen van de consument antwoord geven op de vraag of sprake is van een oneerlijk beding (par. 2.4.4).
De nationale aandacht voor en invulling van de onduidelijkheids- en begrijpelijkheidsdrempel zullen mogelijk variëren.
In het Cofidis-arrest gaat het HvJ niet inhoudelijk in op het oordeel van de Franse rechter dat het beding oneerlijk was vanwege zijn onduidelijkheid: HvJ EG 21 november 2002, nr. C-473/00, Jur. 2002, p. 1-10875, to. 22(Cofidis). Dat de onduidelijkheid en onbegrijpelijkheid een rol kunnen spelen bij de toetsing aan art. 3 lid 1 kan uit art. 4 lid 2 worden afgeleid. In HvJ EU 16 november 2010, nr. C-76/10 (Pohotovose; n.n.g.) werd de vraag of het beding inzake de kostprijs als oneerlijk kon worden aangemerkt op grond dat het onvoldoende transparant en begrijpelijk is, helaas niet beantwoord.
19.De uitleg van algemene voorwaarden wordt eveneens aan de nationale lidstaten overgelaten,1 op één uitzondering na. Art. 5 bepaalt dat 'in geval van twijfel over de betekenis van een beding de voor de consument gunstigste interpretatie (prevaleert)'. Deze regel is in het kader van de collectieve actie gedeactiveerd vanuit de gedachte dat het contraproductief zou werken wanneer oneerlijke bedingen door een verzachtende uitleg aan een mogelijke sanctie zouden ontsnappen. Het nationale recht bepaalt wanneer er twijfel bestaat over de betekenis van een beding en wanneer over wordt gegaan tot de uitleg in het voordeel van de consument.2 Overgaan tot de uitleg contra proferentem betekent dat het beding niet (meteen) aan de oneerlijkheidsnorm wordt blootgesteld.
Van belang voor dit onderzoek is vooral de manier waarop de eveneens in art. 5 richtlijn vervatte transparantieplicht (`bedingen (moeten) steeds duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld') bij de toetsing aan de norm wordt betrokken. De transparantieplicht behelst meer dan het voorkomen van twijfel over de betekenis van een beding. Wat een duidelijk of begrijpelijk beding is, wordt in de richtlijn noch de rechtspraak van het HvJ nader uitgewerkt. Deze bronnen laten ook niets los over de wijze waarop de naleving dan wel schending van deze plicht bij de oneerlijkheidstoets kan worden betrokken.3 Kan een niet-transparant beding een verstoring van het evenwicht tussen rechten en plichten in het nadeel van de consument veroorzaken? Of vormt de transparantie-eis slechts een 'omstandigheid rond de sluiting van de overeenkomst' in de zin van art. 4 lid 1 en zo ja, hoe beslissend is deze omstandigheid? De contra proferentem-regel biedt immers geen uitkomst bij onbegrijpelijke of onleesbare bedingen en speelt geen rol in collectieve zaken. Par. 2.5 gaat nader in op de rol van de transparantieplicht bij de vaststelling van de oneerlijkheid.