Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.5.1:13.5.1 Hoofdregel artikel 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.5.1
13.5.1 Hoofdregel artikel 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416852:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 101, nr. 171; Holleaux/Foyer/Geouffre de la Pradelle, Dip., p. 387. Deze bepaling komt gewijzigd voor in art. 63 EEX-V° dat geen afzonderlijke overeenkomst voorschrijft, maar slechts een aanvaarding door een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.
Rb. Arnhem 29 september 2004, http://www.rechtspraak.nl, 111•1 AR3534 benadrukt deze functie van de schriftelijke overeenkomst uitdrukkelijk.
Rapport Jenard, PbEG, p. C 59/37.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een schriftelijke overeenkomst is in art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag de eerst genoemde vorm voor het overeenkomen van een forumkeuze. De forumkeuze zal meestal deel uitmaken van een grotere overeenkomst en behoeft daarvan niet te zijn afgezonderd. Dat volgt uit art. I sub 2 Protocol Verdrag die een uitsluitend en bijzonder daaraan gewijde bepaling voorschrijft, afzonderlijk door de persoon met woonplaats in Luxemburg is ondertekend, opdat een partij met woonplaats in Luxemburg aan de forumkeuze is gebonden.1 Vanuit de optiek van het waarborgen van de wilsovereenstemming en rechtszekerheid is de schriftelijke overeenkomst de vorm die de voorkeur verdient.2 In geen van de andere vormen komt de wilsovereenstemming van partijen zo duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking als in de schriftelijke overeenkomst. Het is echter de vraag wat onder een 'schriftelijke overeenkomst' in de zin van art. 23 EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag dient te worden verstaan. Uit de totstandkomingsgeschiedenis blijkt hierover niets. Het Rapport Jenard volstaat met de opmerking dat een competentieclausule behoort te worden erkend, indien zij is geschreven.3 De nadere Rapporten (ter gelegenheid van de Toetredingsverdragen) vermelden niets. In deze paragraaf zal ik de mogelijke verschijningsvormen behandelen van de 'schriftelijke overeenkomst' in de zin van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag.