Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/6.4.0
6.4.0 Introductie
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS302513:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo EHRM 16 juli 1971, Ringeisen, serie A, § 95; EHRM 23 juni 1981, Le Compte, Van Leuven en De Meyere, serie A, vol 43, § 55; EHRM 28 juni 1984, Campbell en Fell, serie A, vol 80, § 78 en EHRM 8 juli 1986, Lithgow, serie A, vol 102, § 202. Voor de Commissie valt te wijzen op ECRM 12 oktober 1978, Zand/Oostenrijk, 7360176, DR 15, p. 81, § 74, en voorts haar opinie opgenomen in EHRM 23 april 1987, Ettl, serie A, vol 117, p. 26, § 92-95. Onafhankelijkheid van de rechter ten opzichte van de executieve valt ook af te leiden uit EHRM 19 april 1994, Van de Hurk, serie A, vol 288; de bevoegdheid van de Kroon om op grond van (het inmiddels vervallen) art. 74 Wet Arbo de gevolgen van de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken, tast immers de onafhankelijkheid van dit college aan. Een soortgelijk oordeel velde het Europees Hof in de zaak Beaumartin (EHRM 24 november 1994, serie A, vol 296-b, § 38); indien de Franse Conseil d'Etat zich in de gevallen waarin het moeilijkheden ondervindt bij de interpretatie van internationale verdragen, moet refereren aan het oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken en diezelfde minister partij is in het geschil dat voorligt bij de Conseil d'Etat, dan kan niet gezegd worden dat dit rechtscollege onafhankelijk is van de executieve en van (één van) partijen.
ECRM 18 december 1980, Crociani e.a./Italië, 8603/79, 8722/79, 8723/79 & 8729179, DR 22, p. 172: 'En effet, l'indépendance du tribunal implique qu'il est libre de tout controle ou de toute ingérence des pouvoirs législatif ou exécutif, et l'impartialité qu'il se trouve supra partes.'
EHRM 30 november 1987, H/België, serie A, vol 127-b, § 51. Hieruit is af te leiden dat de constitutionele onafhankelijkheid niet alleen betrekking heeft op het gerecht als zodanig, maar ook op de individuele rechter. Vgl. Stroink (1999), p. 17.
Vgl. Wagner (2001), p. 4 en 6 e.v.; die bescherming tegen uitwendige druk ziet volgens de Europese rechtspraak overigens niet slechts op de constitutionele, maar tevens op de rechtspositionele en feitelijke onafhankelijkheid (waarover nader hieronder).
Deze vraag stelt Brenninkmeijer (1992), p. 25, zich met zoveel woorden.
Stroink (1999), p. 19, constateert eveneens dat er op dit terrein (dat hij dat der 'institutionele onafhankelijkheid' noemt) geen Straatsburgse jurisprudentie aanwezig is. Volgens hem ligt dat ook voor de hand, omdat zaken als de beheersproblematiek van gerechten (Le. de organisatie van zaaksbehandeling e.d., P.S.) zich niet lenen voor rechterlijke toetsing, althans in Europese stelsels. De Werd (1999) 2, p. 35, voegt daar als verklaring aan toe dat het Europees Hof geen constitutionele rechter is die in abstracto de rechterlijke organisatie van de lidstaat toetst aan het verdrag; zijn jurisprudentie blijft derhalve beperkt tot de buitenkant van de rechtspleging.
EHRM 16 september 2004, Pabla Ky, 47221/99, § 29.
Uitgezonderd de Benthem-zaak, EHRM 22 mei 1984, Benthem, serie A, vol 97, waar de onafhankelijkheid van het instituut van het Kroonberoep als zodanig ter beoordeling lag.
In de Straatsburgse rechtspraak rond art. 6 EVRM komt naar voren dat een rechterlijke instantie onafhankelijk dient te zijn van de uitvoerende en wetgevende macht. In een aantal uitspraken hebben Europees Hof en Europese Commissie aangegeven dat een 'tribunal' onafhankelijk moet zijn van de executieve (en van partijen; zie daarover hierna par. 6.73).1
De Europese Commissie heeft daarnaast overwogen dat diezelfde onafhankelijkheid tot uitdrukking moet komen in relatie tot de wetgevende macht.2 Er mag van worden uitgegaan dat het Europees Hof dit standpunt van de Commissie niet afvalt. In de tuchtzaak H/België3 geeft het Hof aan dat er omtrent de onafhankelijkheid van de leden van de Belgische Raad van Discipline der Orde van Advocaten geen twijfel kan bestaan, onder andere omdat 'zij niet zijn onderworpen aan enige autoriteit'.
De opvattingen van Hof en Commissie te dezen mogen duidelijk genoemd worden. Centraal staat daarin de bescherming tegen uitwendige druk.4 Aan deze duidelijkheid doet niet af dat zich nog veel vragen met betrekking tot de constitutionele onafhankelijkheid van de rechterlijke macht laten stellen. Terwille van de overzichtelijkheid geef ik drie echelons aan:
In hoeverre is de rechter, ondanks zijn onafhankelijke positie, onderworpen c.q. afhankelijk van de wetgevende en uitvoerende macht?
In hoeverre is sprake van een wederzijdse beïnvloeding van de verschillende machten?
Betekent onafhankelijkheid van de (burgerlijke) rechter tevens dat de rechtergeen controle mag uitoefenen op hetgeen wetgever en bestuur tot stand brengen.5
Vooropgesteld moet worden dat het Europees Hof en de Europese Commissie deze vragen nimmer (in deze vorm) ter beantwoording hebben gekregen,6 sterker, het Europees Hof geeft expliciet aan niet in de bepaling van de theoretische grenzen van de machten der trias politica te willen treden, waar het overweegt:
'Although the notion of the separation of powers between the political or-gans of government and the judiciary has assumed growing importance in the Court's case-law, neither Aaide 6 nor any other provision of the Convention requires States to comply with any theoretical constitutional concepts regarding the permissible limits of the powers' interaction. The question is always if, in a given case, the requirements of the Convention are met:7
De aan hen voorgelegde geschillen bewegen zich voornamelijk op een, zo men wil, 'lager' - in de zin van concreter niveau, namelijk op dat der al dan niet onafhankelijke samenstelling van het betreffende gerecht in het individuele geval.8 Dit neemt niet weg dat het door Hof en Commissie expliciet geformuleerde uitgangspunt der van de executieve en legislatieve onafhankelijke rechtspraak in het Nederlands (burgerlijk proces-)recht een bepaalde invulling krijgt.