Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.4.2.1
5.4.2.1 Is een fysiek gescheiden bouwwerk dat zich niet voor afzonderlijk gebruik leent een gebouw?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291384:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 oktober 2005, nr. 41.015, BNB 2006/65, m.nt. Van der Paardt en HR 16 juni 2017, nr. 16/03358, BNB 2017/169, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 3.3.2. Dat een fysiek gescheiden bouwwerk dat zich niet leent voor zelfstandig gebruik niet afzonderlijk in aanmerking moet worden genomen, is blijkens eerstgenoemd arrest ontleend aan HR 11 februari 1998, nr. 33 031, BNB 1998/151.
HR 11 februari 1998, nr. 33 031, BNB 1998/151.
Een fysiek gescheiden bouwwerk wordt door de Hoge Raad als een afzonderlijk in aanmerking te nemen onroerend goed (lees: gebouw) beschouwd, tenzij dit bouwwerk zich niet voor zelfstandig gebruik leent.1 Dat een fysiek gescheiden bouwwerk dat zich niet voor zelfstandig gebruik leent niet als een afzonderlijk in aanmerking te nemen gebouw wordt beschouwd, vindt zijn oorsprong in het ‘Oosterparkstadion-arrest’.2 In dit arrest ging het om de tribune van het stadion van FC Groningen dat een eigen toegang bezat en niet door toegangen met de rest van het stadion was verbonden. De Hoge Raad was van oordeel dat naar maatschappelijke opvattingen het stadion als één onroerend goed (lees: gebouw) moest worden beschouwd. Het is onduidelijk of deze uitleg van de Hoge Raad richtlijnconform is. Uit art. 12 lid 1, onderdeel a, art. 135 lid 1, onderdeel j en art. 137 lid 1, onderdeel b Btw-richtlijn is naar mijn mening af te leiden dat het volstaat dat het gebouw zelfstandig overdraagbaar is, aangezien gesproken wordt over de levering van een gebouw. Hoewel het in de praktijk niet vaak zal voorkomen, acht ik het niet uitgesloten dat ook een fysiek gescheiden bouwwerk dat zich ten tijde van de levering niet voor zelfstandig gebruik leent, zelfstandig overdraagbaar is. De vraag of een fysiek gescheiden bouwwerk zich leent voor zelfstandig gebruik lijkt in de praktijk met name van belang te zijn voor de vraag of bij de (ver)bouw(ing) van dit bouwwerk alleen dit bouwwerk of het complex waarvan dit bouwwerk deel uitmaakt, in ogenschouw moet worden genomen voor de vraag of sprake is van een nieuw gebouw. Het moge duidelijk zijn dat in het laatste geval in Nederland minder snel sprake zal zijn van een met een levering gelijkgestelde oplevering van een vervaardigd onroerend goed (zie paragraaf 4.2.5.4) en/of minder snel sprake zal zijn van een gebouw dat door een verbouwing weer nieuw geworden is (zie paragraaf 5.6).