Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/9.1:9.1 De rechtsgevolgen op een rijtje
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/9.1
9.1 De rechtsgevolgen op een rijtje
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305463:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 29 februari 2008, RvdW 2008, 284 ()C/Shell).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hfdst. 3 is omschreven wanneer de onderhandelingen geacht moeten worden in een stadium te zijn geraakt waarin het (een van) partijen niet langer vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig af te breken. Voordat dit stadium wordt bereikt, kan de situatie zich voordoen dat er een verplichting wordt aangenomen om, indien de onderhandelingen (dan: gelegitimeerd) worden afgebroken, de kosten van de onderhandelingspartner te vergoeden. Bij deze vergoedingsplicht en de juridische grondslagen daarvoor is in hfdst. 4 al uitvoerig stilgestaan. Hoewel dit aspect ook in het hiernavolgende nog kort naar voren zal komen, gaat het in dit hoofdstuk vooral om de rechtsgevolgen van het afbreken van onderhandelingen in de situatie waarin dit de afbrekende partij niet langer vrij staat. Ofwel op grond van — kort gezegd — totstandkomingsvertrouwen, ofwel op grond van "andere omstandigheden" die maken dat het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar is. Daarvan moet onderscheiden worden de situatie van de rompovereenkomst; de weigering om bij een tot stand gekomen rompovereenkomst over de nog ongeregelde punten door te onderhandelen, vormt immers, anders dan een afbreken van onderhandelingen in de precontractuele fase, een contractuele verplichting.
Indien sprake is van afgebroken onderhandelingen bij een rompovereenkomst, is de iure in beginsel sprake van een tekortkoming in de nakoming van de in de reeds bereikte overeenstemming belichaamde contractuele verplichting om te trachten ook over de nog niet geregelde punten overeenstemming te bereiken. Van deze verplichting kan in beginsel nakoming worden gevorderd (doorgaans: een vordering tot dooronderhandelen in kort geding) en voor zover de tekortkoming toerekenbaar is, kan ook schadevergoeding worden gevorderd. Daarnaast kan nog gedacht worden aan de mogelijkheid de rompovereenkomst te ontbinden ex art. 6:265 BW. De eerste twee varianten (een vordering tot dooronderhandelen en tot schadevergoeding) spelen ook in de precontractuele fase. Komt het aan op een vordering tot schadevergoeding, dan zal een keuze moeten worden gemaakt tussen vergoeding van het positief en van het negatief contractsbelang, met dien verstande uiteraard dat indien de vordering in de precontractuele fase niet is gebaseerd op totstandkomingsvertrouwen maar op "andere omstandigheden" die maken dat het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar is, slechts vergoeding van het negatief contractsbelang kan worden gevorderd.1