Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.2.2.3:10.2.2.3 Juridische fusie
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.2.2.3
10.2.2.3 Juridische fusie
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401776:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een juridische fusie kent zowel een civielrechtelijke als een fiscale achtergrond. Civielrechtelijk zorgde de Derde Europese Richtlijn inzake het vennootschapsrecht1 in Nederland in 1984 voor de introductie van de mogelijkheid om NV’s en BV’s juridisch te laten fuseren.2 De door de lidstaten op 23 juli 1990 aangenomen Fusierichtlijn had tot gevolg dat er voor het eerst een fiscale bepaling rondom de fusie in de fiscale wet werd opgenomen. In art. 68a Wet IB 1964 en art. 29a Wet VPB 1969 werd de Minister van Financiën bevoegd verklaard onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur te machtigen het bij een fusie behaalde voordeel (die bij fictie als belastbaar wordt aangemerkt) op verzoek buiten aanmerking te laten. In 1998 werd er voor het eerst meer inhoud gegeven aan de wettelijke fiscale fusieregels.3 Voor het eerst vloeide het recht op de fusiefaciliteit rechtstreeks uit de wet voort. In 2001 werden bij de belastingherziening alle in de Nederlandse wet geldende antimisbruikbepalingen voor toepassing van aandelenfusie, bedrijfsfusie, juridische fusie en splitsing zoveel mogelijk gestroomlijnd. Daarmee werd getracht een betere aansluiting te vinden bij de bepalingen uit de Fusierichtlijn. De huidige regels omtrent de juridische fusie worden verder besproken in hoofdstuk 10.2.3.3.