Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.8.2:7.8.2 Hoofdelijke aansprakelijkheid, interne draagplicht en regres
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.8.2
7.8.2 Hoofdelijke aansprakelijkheid, interne draagplicht en regres
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581161:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de verhouding tussen de aansprakelijke partijen (de kartelplegers) onderling is afdeling 6.1.2 over hoofdelijke aansprakelijkheid van toepassing voorzover daar in artikel 6:102 BW niet van wordt afgeweken. De partijen die het mededingingsrecht hebben geschonden kunnen regres nemen op elkaar wanneer zij meer dan het gedeelte dat hen aangaat aan de gelaedeerde hebben vergoed.1 In artikel 6:10 lid 2 BW is bepaald dat de verplichting tot bijdragen in de schuld die ten laste van een der hoofdelijke schuldenaren wordt gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat, op iedere medeschuldenaar komt te rusten voor het bedrag van dit meerdere. Dit ten hoogste tot het gedeelte van de schuld dat de medeschuldenaar aangaat.
Voor de vraag welk gedeelte de schuldenaren in hun onderlinge verhouding aangaat, geeft artikel 6:102 lid 1 BW de maatstaf van artikel 6:101 BW (eigen schuld) 2 De schade wordt over de hoofdelijk aansprakelijke partijen verdeeld met overeenkomstige toepassing van artikel 6:101 BW (tenzij uit de wet of rechtshandeling een andere verdeling voortvloeit). Uitgangspunt in artikel 6:101 BW is dat de schade over de benadeelde en de aansprakelijke wordt verdeeld in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. De mate van de wederzijdse schuld is niet bepalend, maar de causaliteit van genoemde omstandigheden Alleen de billijkheidscorrectie kan verandering brengen in de uitkomst van de wederzijdse causaliteit. Een andere uitkomst is namelijk denkbaar indien de billijheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist. Te denken valt bijvoorbeeld aan de uiteenlopende ernst van de normschending of de uiteenlopende mate van verwijtbaarheid. Uiteindelijk dient op grond van de norm van artikel 6:102 lid 1 BW jo artikel 6:101 BW te worden berekenend welk deel van de kartelschade door de verschillende kartelpartijen is veroorzaakt.
Indien verhaal op de hoofdelijke medeschuldenaar geheel of gedeeltelijk onmogelijk is, wordt op grond van artikel 6:13 lid 1 BW het onverhaalbare deel over de andere medeschuldenaren omgeslagen naar evenredigheid van de gedeelten die zij op grond van de zojuist behandelde regels intern moeten dragen.