Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.2.2.2:6.2.2.2 Huidige kenmerken
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.2.2.2
6.2.2.2 Huidige kenmerken
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398320:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad (in HR 24 juni 2011, nr. 09/05115, BNB 2011/244) is van mening dat ondanks de andersluidende wettekst de bepaling geldt voor lichamen die houdster- en/of financieringsactiviteiten verrichten. Bedoeld is ‘en/of’ en niet ‘of’.
HR 19 september 2014, nr. 13/03611, nr. 13/03973, nr. 13/03975, nr. 13/03979, BNB 2014/247, BNB 2014/248, BNB 2014/249, BNB 2014/250.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verliesverrekeningsbeperking voor houdster- en financieringslichamen is opgenomen in art. 20 lid 4 t/m 6 Wet VPB 1969. De kern van de regeling houdt in dat houdster- en/of1 financieringsmaatschappijen hun verliezen slechts mogen verrekenen met hun winsten van andere jaren, indien de activiteiten niet zijn gewijzigd en er ook geen verschuiving heeft plaatsgevonden van houdster- naar financieringsactiviteiten. Van een houdster- en/of concernfinancieringsmaatschappij is sprake indien de feitelijke werkzaamheden van een lichaam voor 90% of meer bestaan uit het houden van deelnemingen of het (direct of indirect) financieren van concernmaatschappijen. De 90% of meer ziet zowel op “het jaar’’ als de “feitelijke werkzaamheid’’.
Vanaf 1 januari 2016 heeft de wetgever in lid 6 als reparatie van Hoge Raad arresten2 toegevoegd dat perioden waarin voorbereidende en afrondende werkzaamheden plaatsvinden en perioden van inactiviteit in aanloop naar of na afloop van houdster- of financieringswerkzaamheden beschouwd worden als perioden waarin houdster- of financieringswerkzaamheden plaatsvinden. Indien ten minste 25 fulltime medewerkers in dienst zijn, die zich met andere zaken dan de houdster- en/ of concernfinancieringsactiviteiten bezighouden, is bij wetsfictie nooit sprake van “besmette’’ activiteiten die de kwalificatie houdster- en/of concernfinancieringsmaatschappij opleveren. Het inbrengen van financieringsactiviteiten in een houdster – of financieringsmaatschappij is – voor verliesverrekeningsdoeleinden - niet toegestaan (lid 4, onderdeel b). Deze bepaling poogt te voorkomen dat het concern elders in Nederland uitstaande leningen onderbrengt in de houdster- of financieringsmaatschappij teneinde de rentebaten op deze uitstaande leningen te kunnen verrekenen met de aanwezige houdster- of financieringsverliezen, tenzij belastingplichtige aannemelijk maakt dat de wijziging van bedoelde saldo niet in overwegende mate is gericht op verruiming van de verliesverrekening.