Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.5.3.1:10.5.3.1 De ‘zwakkere partij’ bepaling
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.5.3.1
10.5.3.1 De ‘zwakkere partij’ bepaling
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493430:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De toelichting spreekt op p. 11 van de ‘zwakke partij bepaling’, omdat deze categorie schuldenaren in een geschil in het algemeen als zwakke partij worden beschouwd. Zij kunnen daarmee te allen tijde een EAPO aanvechten in het eigen rechtsstelsel en voor een gerecht in de eigen lidstaat.
Zie paragraaf 5.5.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van artikel 36 voorstel Europees bankbeslag kunnen consumenten, werknemers en verzekerden in alle gevallen een verzoek tot heroverweging in de eigen (woon)lidstaat indienen.1 Op grond van gegevens over de Nederlandse beslagpraktijk is het waarschijnlijk dat slechts weinigen een beroep op deze bepaling zullen doen. De meeste conservatoire beslagen doen zich namelijk voor in een business to business situatie.2
Ik zou met betrekking tot deze bepaling menen dat niet valt in te zien waarom niet iedere verweerder, ongeacht diens hoedanigheid, een gerecht in de eigen (woon)lidstaat zou moeten kunnen adiëren om verweer tegen een EAPO te voeren. Procederen in een andere dan de eigen (woon)lidstaat vormt immers op zichzelf al een aanzienlijke barrière. Bovendien verkeert iedere verweerder/beslagene in het geval van een tegen hem ten uitvoer gelegd EAPO in het algemeen in een zwakke positie: de beslaglegging is immers een feit zonder dat de beslagene hierover is gehoord.