Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.7:10.7 Aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.7
10.7 Aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS303772:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband tevens: hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot is de aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit van belang voor de mate waarin de aandeelhoudersautonomie wordt beperkt. Hierbij moet vooral worden gekeken naar de specifieke bevoegdheid die wordt aangewend en in hoeverre bij het uitoefenen van de rechten belangen van anderen betrokken zijn. Ter illustratie: de aandeelhouder die de vennootschap, op de algemene vergadering van aandeelhouders, verzoekt om informatie, zal in mindere mate rekening dienen te houden met het vennootschappelijk belang dan de aandeelhouder die verzoekt om dividend uit te keren, omdat het uitoefenen van de eerste bevoegdheid minder invloed heeft op de belangen van andere belanghebbenden bij de vennootschap dan de tweede.
De gevolgen voor de verantwoordelijkheid van de aandeelhouder zijn in dit verband gelieerd aan de mate waarin de belangen van andere belanghebbenden dan de aandeelhouder betrokken zijn (geschaad zouden worden) bij het uitoefenen van een bepaalde bevoegdheid. Bij het uitkeren van een (substantieel) dividend zijn doorgaans meer en relevantere belangen betrokken dan bij het uitoefenen van het recht tot het verzoeken van informatie of het agenderingsrecht. Deze wisselwerking tussen de verantwoordelijkheid van de aandeelhouder en betrokkenheid van andere belangen hangt samen met de beperkende gedragsnormen en het stakeholder model. Daaruit volgt immers dat, als één van de gevallen voor misbruik van bevoegdheid, er sprake behoort te zijn van een belangafweging. Dit volgt ook uit het evenredigheidscriterium. Als de aard van het te nemen besluit (en de soort bevoegdheid) van invloed is op de mate waarin bepaalde belangen meespelen, is dit een relevante omstandigheid.
Ook kan een onderscheid worden gemaakt aan de hand van de vraag of er sprake is van een vermogensrechtelijk recht of een organisatierechtelijk recht. Wanneer een vermogensrechtelijk recht wordt gehanteerd, zal mijns inziens de bescherming en absoluutheid van eigendom (zoals neergelegd in onder meer artikel 1 EP) een invloedrijkere rol spelen dan bij een zeggenschapsrecht, waardoor minder ruimte bestaat voor de beïnvloeding van het uitgangspunt van aandeelhoudersautonomie door de (gedrags)normen.1 Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn bij het verkopen van de aandelen door de aandeelhouder. Dit heeft ook te maken met de mate waarin de belangen van andere belanghebbenden geraakt worden door het uitoefenen van bepaalde rechten of bevoegdheden.
De aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit heeft ook gevolgen voor het door de algemene vergadering van aandeelhouders te behartigen vennootschappelijk belang. Hierboven is al aangegeven dat bij bepaalde soorten besluiten in de regel meer belangen betrokken zullen zijn dan bij besluiten van een andere soort. Dit betekent dat het soort besluit eveneens invloed heeft op het vennootschappelijk belang. De aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit zal in beginsel echter geen invloed hebben op de vorming van het eigen belang van de individuele aandeelhouder.