Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/33.1
33.1 Inleiding
mr. A. Collignon, mr. A. ten Veen, mr. A.M. Schmidt, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. A. Collignon, mr. A. ten Veen, mr. A.M. Schmidt
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
P. de Haan, ‘Coördinatie en harmonisatie binnen het bijzonder bestuursrecht, dan wel binnen de Awb’, in: M. Lurks e.a. (red.), De grootste gemene deler, Deventer: Kluwer 2002.
Uiteraard is er wel sprake van specifieke invullingen in de jurisprudentie – we denken daarbij bijvoorbeeld aan de vraag wie belanghebbende is, zoals ongetwijfeld in de andere bijdragen in deze bundel wordt besproken.
Het zorgvuldigheidsbeginsel speelt bijvoorbeeld regelmatig een grote rol in de vaststelling van bestemmingsplannen of andere besluiten die betrekking hebben op grote projecten. Indien er in de voorbereiding belangrijke effecten van bepaalde ontwikkelingen over het hoofd zijn gezien, wordt dit beschouwd als een gebrek in de besluitvorming.
25 jaar Awb biedt de gelegenheid stil te staan bij dé bestuursrechtelijke wet, de Awb. In deze bijdrage reflecteren wij op de (gewenste) rol van de Awb vanuit het perspectief van de advocaat werkzaam in het omgevingsrecht. De betekenis van de Awb voor de omgevingsrechtadvocaat is groot. Hoewel bijna alle materiële normen van het omgevingsrecht in bijzondere wetten staan, speelt het materiële en formele recht uit de Awb ook in de gemiddelde procedure in het omgevingsrecht een grote rol.1 De kernbegrippen zoals besluit, belanghebbende en bestuursorgaan uit hoofdstuk 1 van de Awb gelden ook onverkort in het omgevingsrecht, en van deze kernbegrippen wordt niet afgeweken in enige bijzondere omgevingsrechtelijke wet.2 Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gelden zonder verdere clausulering of specificering in het omgevingsrecht, en spelen vaak een belangrijke rol in procedures. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel (artikel 3:2 respectievelijk 3:46 Awb).3
Het belang van de kernbegrippen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voor de praktijk van het omgevingsrecht blijven in deze bijdrage verder buiten beschouwing. In plaats daarvan richten wij onze aandacht op de beteke- nis van het procesrecht van de Awb voor de praktijk van het omgevingsrecht. De Awb is beoogd als algemene regeling van het procesrecht in het bestuursrecht, waar in beginsel zo min mogelijk van dient te worden afgeweken, zoals we hierna uiteenzetten in paragraaf 2. In de verschillende wetten in het omgevingsrecht zijn echter diverse bepalingen en procedures opgenomen, die afwijken van het algemene procesrecht uit de Awb. Niet elke afwijking is even goed te rechtvaardigen of te verklaren. Wij beschrijven de verhouding tussen het huidige omgevingsrecht en het procesrecht uit de Awb in paragraaf 3. Met de Omgevingswet wordt beoogd om het procesrecht in het omgevingsrecht verder te vereenvoudigen en meer af te stemmen op de Awb. Paragraaf 4 beschrijft dan ook hoe de Omgevingswet dit dient te bewerkstelligen, en of deze doelstellingen behaald wordt. Wij sluiten deze bijdrage af in paragraaf 5 met een beoordeling van het huidige en het toekomstige omgevingsprocesrecht in verhouding tot de Awb. Wij menen dat de Omgevingswet op verschillende onderdelen helaas afwijkt van de Awb en dat deze, notabene met de Omgevingswet nieuw geïntroduceerde afwijkingen, onnodig zijn. De Awb heeft onverminderd een belangrijke rol in het omgevingsrecht. Hoewel de complexiteit van het omgevingsrecht natuurlijk niet wordt weggenomen met een betere afstemming op de Awb, is elke vereenvoudiging winst. Wij pleiten dan ook voor minder afwijkingen op de Awb in het omgevingsrecht.