Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.6.2.3:19.6.2.3 Betalingen op risicodragende aandeelhoudersleningen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.6.2.3
19.6.2.3 Betalingen op risicodragende aandeelhoudersleningen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409107:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wel leidt een dergelijke betaling tot een afbouw van de exposure van de aandeelhouder, zie par. 19.6.3 hierna.
Hoge Raad 9 mei 1986, NJ 1986, 792 (Keulen/BLG). Zie par. 19.5.4.1 hiervoor.
Vgl. Van den Ingh 1998, p. 12 en Lennarts 1999, p. 224.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de vennootschap een door een aandeelhouder verstrekte lening terugbetaalt, is in beginsel geen sprake van een materiële uitkering. Door de betaling neemt immers niet het eigen vermogen, maar juist het vreemd vermogen van de vennootschap af.1 Uit de rechtspraak van de Hoge Raad kan echter worden afgeleid dat door aandeelhouders aan de vennootschap verstrekte leningen onder bijzondere omstandigheden anders moeten worden benaderd dan door derden verstrekt krediet. In de voornoemde Keulen/BLG-zaak was de stichting gefinancierd met 100 gulden eigen vermogen en 30 miljoen door de oprichter/financier verstrekt vreemd vermogen.2 Zoals reeds aangegeven oordeelde de Hoge Raad dat de oprichter/financier onrechtmatig handelende door opzegging van het krediet indien hij op dat moment ernstig rekening moest houden met een tekort. Mijns inziens hanteerde de Hoge Raad hier het lichtere subjectieve vereiste dat geldt bij uitkeringen, omdat gezien de disproportionele verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen de door de oprichter/financier verstrekte lening moest worden aangemerkt als risicodragend vermogen.3 Door de opzegging van het krediet werd daarom risicodragend vermogen aan de vennootschap onttrokken; in mijn definitie was er sprake van een materiële uitkering.