BNB 2022/20
Vermogensrendementsheffing. Bezittingen waarop vruchtgebruik rust op grond van een uiterste wilsbeschikking of wettelijk erfrecht. Uitleg buitenlands recht
HR 22-10-2021, ECLI:NL:HR:2021:1574, m.nt. E.J.W. Heithuis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2021
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
20/03660
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
E.J.W. Heithuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS631172:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1574, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑10‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:584, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑05‑2021
- Wetingang
Art. 5.4 lid 3 onderdeel a Wet IB 2001
Essentie
Vermogensrendementsheffing. Bezittingen waarop vruchtgebruik rust op grond van een uiterste wilsbeschikking of wettelijk erfrecht. Uitleg buitenlands recht
Samenvatting
De ouders van belanghebbende hebben in 2011 de blote eigendom van een door hen bewoonde woning in Frankrijk overgedragen aan belanghebbende onder voorbehoud van een levenslang vruchtgebruik. De overdracht heeft plaatsgehad naar Frans recht. In 2012 is de vader van belanghebbende overleden. Belanghebbende stelt dat in die gevallen waarin in erfrechtelijke context de situatie is ontstaan dat de belastingplichtige de blote eigendom heeft van een zaak waarvan een overlevende ouder het vruchtgebruik geniet, de waarde van die onroerende zaak niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.