Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.4.5:16.4.5 Meldings- en ontbindingsplicht bij kapitaalverlies
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.4.5
16.4.5 Meldings- en ontbindingsplicht bij kapitaalverlies
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405759:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het WvK 1838 voorzag in twee regels die beoogden te bewerkstelligen dat het bestuur van een vennootschap in financiële nood niet zou doorgaan met het maken van nieuwe schulden. Art. 47 WvK 1838 verplichtte de bestuurders, zodra hen bleek dat vijftig procent van het kapitaal verloren was gegaan, daarvan aankondiging te doen in het register van de griffie van de rechtbank, de Staatscourant en een “nieuwspapier”. Bij verzuim waren zij op grond van onrechtmatige daad persoonlijk aansprakelijk voor de schade die derden als gevolg hiervan zouden lijden. Het tweede lid van hetzelfde artikel bepaalde dat de vennootschap van rechtswege werd ontbonden als vijfenzeventig procent van het kapitaal was verdwenen. De bestuurders die bekend waren of hadden moeten zijn met deze nadelige staat waren hoofdelijk en persoonlijk aansprakelijk voor alle verbintenissen die daarna door hen werden aangegaan.1 Laatstgenoemde regel werd zo begrepen dat de vennootschap pas werd ontbonden op het moment dat de bestuurders bekend waren of behoorden te zijn met het gegeven dat het vermogen onder de kritieke grens was gezakt.2