De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.3.1:9.3.1 De artikelen 2:4 lid 1 BW en 1:109 lid 2 BW dienen op elkaar afgestemd te worden
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.3.1
9.3.1 De artikelen 2:4 lid 1 BW en 1:109 lid 2 BW dienen op elkaar afgestemd te worden
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232265:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 3.2.2.3 is geconstateerd dat artikel 2:4 lid 1 BW en artikel 4:109 lid 2 BW ten onrechte niet op elkaar zijn afgestemd. Het gevolg hiervan is dat als artikel 2:4 lid 1 BW letterlijk wordt genomen de uiterste wilsbeschikking tot oprichting van de stichting bij dode nietig is bij willekeurig welk vormgebrek, terwijl de overige uiterste wilsbeschikkingen, wel geldig zouden zijn. De overige uiterste wilsbeschikkingen zijn slechts nietig als de akte niet is ondertekend door een notaris. Een mogelijk gevolg is dat een geldige making ten gunste van de bij dode opgerichte stichting geen effect sorteert omdat de oprichting nietig is. Dit kan niet de bedoeling zijn. Hoewel ik de uitzondering voor de bij uiterste wilsbeschikking in het leven geroepen stichting voor niet geschreven wil houden, acht ik het de taak van de wetgever het probleem ook formeel op te lossen en elke discussie te voorkomen.