Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.4:10.4 Conclusie
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.4
10.4 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611454:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is geanalyseerd op welke wijze en op welke plaats ‘verbondenheid’ is omschreven voor de overdrachtsbelasting. Hierbij is ingegaan op de behandeling van samenwerkingsverbanden voor de overdrachtsbelasting. Hierin kan het belang van gelieerdheid wel worden herkend, maar deze is niet wettelijk omschreven.
In de WBR kunnen bijna tien wettelijk omschreven verbondenheidsbegrippen worden gevonden. Opnieuw moet in dit verband onderscheid worden gemaakt tussen begrippen waarin de verbondenheid met lichamen worden bedoeld, en definities van relaties tussen natuurlijke personen.
De conclusies die uit de analyse van de wettelijk omschreven verbondenheidsbegrippen in de WBR kunnen worden getrokken, zijn samengevat in het volgende schema:
Begrip
Wettelijke omschrijving
Functie
Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Neutraliteit ten aanzien van de rechtsvorm en samenlevingsvorm
Open norm of scherpe norm
Uniformiteit
Aanbevelingen
Aanmerkelijk belang in de zin van art. 4 lid 3 WBR
Bezit van ten minste een derde gedeelte ‘belang’ in een lichaam; Belang van echtgenoot en geregistreerde partner telt mee, maar belang van ongehuwde en niet- eregistreerde partner niet
AO
-
-
+
-
Aansluiting bij begrip ‘verbonden persoon’ (hoofdstuk 6) Uniforme uitleg ‘belang’ (hoofdstuk 7):
- Materieel-economische benadering (feitelijke organisatorische en economische verbondenheid);
- Vermoeden van verbondenheid bij het bezit van 33⅓% van de stemrechten in een aandelenvennootschap; - Daadwerkelijke ‘belang’;
- Uiteindelijke ‘belang’;
- Belangen gehouden door de echtgenoot, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’, kinderen en kinderen van de levensgezel worden meegeteld;
- Stemrechten verbonden aan aandelen waarop alternatieve bezitsvormen rusten (certificaten van aandeel, pandrecht, vruchtgebruik, financiële instrumenten) tellen mee bij beoordeling van het verbondenheidsvermoeden van de aandeelhouder;
- Deze alternatieve bezitsvormen tellen ook mee bij de beoordeling van het verbondenheidsvermoeden van de houder ervan; \
- Mogelijkheid van zekerheid vooraf
Deelneming In de zin van art. 4 lid 4 WBR
Bezit van ten minste een derde gedeelte ‘belang’ in een lichaam
AO
-
-
+
-
Uniform e uitleg ‘belang’ (hoofdstuk 7)
‘Verbonden lichaam’ en ‘verbonden natuurlijk persoon’ in de zin van art. 4 lid 6 tot en met 8 WBR
Bezit van ten minste een derde gedeelte ‘belang’ in een lichaam; Belang van echtgenoot en geregistreerde partner telt mee, maar belang van ongehuwde en niet-geregistreerde partner niet
AO
-
-
+
-
Aansl uiting bij begrippen ‘verbonden lichaam’ en ‘verbonden natuurlijk persoon’ in de zin van art. 10a lid 4 en 5 Wet VPB 1969 (hoofdstuk 7) Uniforme uitleg ‘belang’ (hoofdstuk 7)
Familieleden In de zin van art. 15 lid 1 Onderdeel b WBR
Kinderen, pleegkinderen, kleinkinderen, broers en zusters, of de echtgenoot of geregistreerde partner
F
+
+/-
+
+
Aansluiting bij het begrip ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001
‘Samenwoners’ in de zin van art. 15 lid 1 onderdeel g WBR
F
+
+/-
+
+
Aansluiting bij het begrip ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001
Concern’ in de zin van art. 15 lid 1 onderdeel h WBR
Bezit van ten minste 90% van het belang in een vennootschap
F
-
-
-
-
Wijziging in ‘fiscale eenheid’:
– Materieel-economische Benadering (feitelijke organisatorische en economische verbondenheid);
– Tweezijdig weerlegbaar vermoeden van verbondenheid bij het bezit van 95% van de stemrechten in een aandelenvennootschap;
– Stemrechten verbonden aan aandelen waarop alternatieve bezitsvormen rusten (certificaten van aandeel, pandrecht, vruchtgebruik, financiële instrumenten) tellen mee bij beoordeling van het verbondenheidsvermoeden van de aandeelhouder;
– Deze alternatieve bezitsvormen tellen niet mee bij de houder ervan